EasyManua.ls Logo

stertil COMBILOK - Opbouw; Hydrauliek; Elektrische Installatie

stertil COMBILOK
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
8
4.2.2. Opbouw
- De Combilok wordt voorgemonteerd afgeleverd.
- De Combilok wordt geplaatst overeenkomstig FIG. K en FIG. L.
- Laat de rail op Combilok gemonteerd zitten, totdat de Combilok op de juiste plaats staat.
- Plaats de rail (FIG. A.11), schuif de rail tussen de hoekstalen van de dwarsgeleider, schuif de rail over de buis met
slangen en kabel, de slang naar de kop van de cilinder komt in de vierkante uitsparing, zet de rail nog niet vast
(zie 4.3.2).
- De gaten van de voetplaat kunnen met een betonboor Ø16 mm worden overgenomen. Boor onder een kleine hoek,
de boor gaat dan juist langs de Combilok. Spreidankers erin slaan en aandraaien.
- Plaats het bochtstuk (FIG. A.8) en boor gaten Ø16, zodat de bocht na montage van de ankerbouten nog naar buiten
geschoven kan worden (zie detail FIG. A).
- Maak buis (FIG. A.4) door afzagen op maat.
- Trek de vier slangen en de besturingskabel door de rail en de buis.
4.2.3. Hydrauliek
- Monteer de steun van de hydr. unit aan de muur m.b.v. 4 houtdraadbouten M8 x 50 en 4 pluggen S10.
- Voor wanden bestaande uit sandwich panelen e.d. zal de bevestiging in het werk bepaald moeten worden.
- Hang de hydr. unit aan de steun en draai de twee M10 bouten vast.
- Verwijder de wartels met kogel van de unit en draai de eindkappen van de slangen. Monteer de slangen
overeenkomstig de coderingen op de slangen en het ventielhuis (zie FIG. J).
slang met codering "Long Out (A)" op de 10 mm koppeling aan de "A" zijde van het ventielhuis.
slang met codering "Long In (B)" op de 10 mm koppeling aan de "B" zijde van het ventielhuis.
slang met codering "Lat In (A)" op de 6 mm koppeling aan de "A" zijde van het ventielhuis.
slang met codering "Lat Out (B)" op de 6 mm koppeling aan de "B" zijde van het ventielhuis.
- De handbediende kraan moet gesloten zijn. D.w.z. de handle staat dwars op de leiding aansluitingen.
Met deze handbediende kraan kan het systeem in geval van stroomuitval drukloos gemaakt worden.
- Verwijder de plug uit de vulopening van de tank en vervang deze door de meegeleverde ontluchtingsdop.
4.2.4. Elektrische installatie
- De bedieningskast moet worden voorzien van een gezekerde netvoeding. Als alternatief kan de voeding uit de
besturing van de docklevellerbedieningskast gehaald worden.
- Verbind de klemmen 1, 3, 5, 7 en aarde provisorisch met de op de bouw aanwezige stroom overeenkomstig het
elektrisch schema (FIG. G).
- Monteer bedieningskast (fig. 2A).
- Installeer de elektrische kabels in het algemeen overeenkomstig het elektrisch schema (FIG. G), en gebruik de
wartels overeenkomstig de wartelaansluitingen (FIG. H).
- Sluit de signaalkabels uit de Combilok overeenkomstig het elektrisch schema (FIG. G) aan.
- Monteer de eindschakelaar op de C.T.L. (Cross Traffic Leg) van de dockleveller. De schakelaar wordt zodanig
gemonteerd dat het contact gemaakt wordt op het moment dat de dockleveller in rustpositie staat.
- Monteer de stuurkabel tussen de bedieningskast van de dockleveller (het deurcontact "D-D") en het "vrijgave van
dock" contact van de Combilok. Indien reeds een deurcontact is aangesloten op het "D-D" contact dan komt het
"vrijgave van dock" in serie met het deurcontact overeenkomstig aansluiting levellerkast (FIG. H). Dit contact
mag niet meer stroom en vermogen schakelen dan bij par. 1.7 is opgegeven. 230 VAC mag in geen geval
geschakeld worden. Indien de stuurspanning van de dockleveller 230 VAC bedraagt, moet er een hulprelais in de
kast van de dockleveller besturing geplaatst worden overeenkomstig schema aansluiting hulprelais (FIG. H).
- Plaats de buitenlichtindicatie op de gevel van het gebouw, zodat de chauffeur deze goed kan waarnemen tijdens
achteruit manoeuvreren, d.w.z. op ± 2000 mm hoogte en aan chauffeurszijde van het dock. Sluit de lamp aan
overeenkomstig de kleurcodering: LR aan de rode draad, LG aan de groene draad, N aan de blauwe draad en
groen/geel aan aarde.
- Monteer de geel/groene aarde draad (FIG. E.8) tussen motor en motorsteun.

Table of Contents