5
2. GEBRUIKSAANWIJZING
2.1. ALGEMEEN
De Combilok dient alleen voor het vergrendelen van vrachtwagens die aan de achterzijde geladen en gelost worden
aan een laad/los perron.
Alleen door de bedrijfsleiding aangewezen personeel mag de Combilok bedienen.
De Combilok voorkomt het ongewenst wegrijden van vrachtwagens. Het is mogelijk (bij weinig belading en/of
voldoende aandrijfkoppel van de vrachtwagen) over de wielblokkering te rijden. De chauffeur ondervindt onder
normale omstandigheden voldoende weerstand om van wegrijden af te zien.
Onder normale gebruiksomstandigheden biedt de Combilok voldoende veiligheid tegen het (voortijdig)
wegrijden of kruipen van voertuigen.
Het apparaat heeft een preventieve functie bij poging tot diefstal. Het is echter geen diefstalbeveiliging.
Bij storing of na beëindiging van de werkzaamheden moet de hoofdschakelaar in de 0-stand gezet worden.
Alleen door de hoofdschakelaar uit te schakelen kan de Combilok spanningsvrij gemaakt worden.
2.2. BEDIENINGSINSTRUKTIE
Voor meer begrip van het blokkeersysteem zie par. 1.8. Lees eerst de algemene instructie onder par. 2.1.
Vrachtwagens dienen (met geopende achterdeuren) aan de achterzijde aangedockt te staan. Om slijtage aan de
stootrubbers van de vrachtwagen en/of het dock te voorkomen, kan enige ruimte tussen de vrachtwagen en leveller
gehouden worden. Gebruik van beweegbare bumpers op het perron wordt aanbevolen om slijtage van de bumpers
zoveel mogelijk te beperken. De vrachtwagen wordt overeenkomstig normaal gebruik op de parkeerrem gezet.
De vrije ruimte voor de achterwielen moet 400 mm hoog en 250 mm lang zijn. Deze ruimte is benodigd voor het
inschuiven van het blok. Indien deze ruimte niet aanwezig is, dan zal het uitschuifstuk van de dwarsbeweging
vastlopen. Een looptijdbewaking zorgt er dan voor dat de Combilok in de alarmstand komt.
Bediening van de Combilok geschiedt aan de binnenzijde van het gebouw (zie bedieningspaneel fig. 2A). Omdat er
geen zicht is op de te vergrendelen vrachtwagen is gekozen voor een automatisch werkend systeem.
Door de hoofdschakelaar naar de I positie te draaien wordt de netspanning op het systeem gezet.
De stuurspanning wordt ingeschakeld door knop 4 "stuurspanning in" 1x in te drukken.
1. Hoofdschakelaar
2. Vrachtwagen blokkeren
3. Vrachtwagen vrijmaken
4. Alarm stil/stuurspanning in
5. Alarm pieper
6. Lamp groen laden/lossen akkoord
7. Lamp rood laden/lossen verboden
8. Lamp geel vrijgave door dockleveller
9. Noodstop
Fig. 2A, Bedieningspaneel