23
9.2.2 DDNS
De DDNS-functie wordt gebruikt om hostnamen of DNS-vermeldingen bij te werken.
Als u ABUS-servers wilt gebruiken voor toegang op afstand, gaat u als volgt te werk:
1) Om de ABUS DDNS-functie te kunnen gebruiken, moet u eerst een gratis
account aanmaken op http://www.abus-server.com. Zie de FAQ's op de
website.
2) Voordat u de DDNS-functie van de ABUS-server activeert, moet u uw ABUS-
apparaten correct in de ABUS-server instellen met het respectieve MAC-
adres.
3) De DDNS-functie activeren
4) Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord van uw ABUS-serveraccount in.
5) Klik op "Opslaan".
Hier voert u het IP-adres van het netwerkapparaat in het
netwerk in voor handmatige toewijzing.
Hier voert u het subnetmasker van het netwerkapparaat in
het netwerk in voor handmatige toewijzing.
Hier voert u het IP-adres in van de gateway in het netwerk
voor handmatige toewijzing, normaal gesproken het IP-adres
van de router.
Hardwareadres van de ingebouwde netwerkkaart
Beschrijft de maximale pakketgrootte van een protocol.
IP-adres van de domeinnaamserver, normaal gesproken het
IP-adres van de router.
Alternatief IP-adres van de DNS-server
Automatisch DNS-
serveradres
verkrijgen
Verkrijgt automatisch het juiste DNS-serveradres van de
DHCP-server.
Hier activeert u de DDNS-synchronisatie
Selecteer hier de aanbieder van DDNS-diensten
Voer hier het IP-adres of de hostnaam van de DDNS-provider
in.
Voer hier eventueel het subdomein van de eenheid in.
Weergave van de DDNS-status
Voer hier de gebruikersnaam van uw DDNS-account in.
Hier voert u het wachtwoord in voor uw DDNS-account