NEDERLANDS
NEDERLANDS
WAARSCHUWING: Als het vermogen van de zonnepaneel-module niet hoger is dan
het nominale vermogen en de maximale nullastspanning van de zonnepaneel-installatie
meer dan 100V bedraagt, (bij de laagste omgevingstemperatuur), is de controller mogelijk
beschadigd.
Als het vermogen van de zonnepaneel-installatie volgens het „Peak Sun Hours-diagram“
hoger is dan het nominale vermogen van de controller, wordt de laadtijd in overeenstem
-
ming met het nominale vermogen verlengd, zodat er meer energie voor het laden van de
accu kan worden gewonnen.
Bij het praktisch gebruik mag het maximale vermogen van de zonnepaneel-installatie ech
-
ter niet hoger worden dan 1,5 maal het nominale vermogen van de controller.
Als het maximale vermogen van de zonnepaneel-installatie te ver boven het nominale
vermogen van de controller komt, leidt dit niet alleen tot verspilling van zonnepaneel-instal
-
laties, maar wordt ook de nullastspanning van de zonnepaneel-module vanwege de invloed
van de omgevingstemperatuur verhoogd, hetgeen de waarschijnlijkheid van beschadiging
van de controller verhoogt. Daarom is het van groot belang om het systeem op de juiste
wijze te configureren. Het aanbevolen maximale vermogen van de zonnepaneel-installatie
voor deze controller vindt u in de hierna volgende tabel:
¹ Bij een omgevingstemperatuur van 25° C
2
Bij een minimale bedrijfstemperatuur
DIAMETER VAN DE GELEIDER
De bekabelings- en installatiemethoden moeten voldoen aan alle nationale en
lokale voorschriften voor elektrische apparaten.
Diameter van de geleider van het zonnepaneel
Omdat het vermogen van de zonnepaneel-module vanwege de afmetingen van de
zonnepaneel-module, de aansluitmethode of de invalshoek van het zonlicht kan variëren,
kan de minimale diameter van de geleider worden berekend met Isc* van de zonnepaneel-
module. Let a.u.b. op de waarde van Isc in de specificaties van de zonnepaneel-module. Als
zonnepaneel-modules in serie worden geschakeld, komt Isc overeen met Isc. van een zon
-
nepaneel-module. Als zonnepaneel-modules parallel worden geschakeld, komt Isc overeen
met de som van de Isc van de zonnepaneel-modules. De Isc van de zonnepaneel-installatie
mag niet hoger zijn dan de maximale zonnepaneel-ingangsstroom van de controller. Houd
a.u.b rekening met de hierna volgende tabel!
Systeem-
spanning
36 cell
Voc<23V
48 cell
Voc<31V
54 cell
Voc<34V
60 cell
Voc<38V
Max. Best Max. Best Max. Best Max. Best
12V 4 2 2 1 2 1 2 1
24V 4 3 2 2 2 2 2 2
Systeem-
spanning
72 cell Voc<46V 96 cell Voc<62V Dunne-laag-module
Voc<80V
Max. Best Max. Best
12V 2 1 1 1 1 1
24V 2 1 1 1 1 1
OPMERKING: Bovenstaaande parameterwaarden worden onder standaardtestomstandighe
-
den berekend (standaardtestomstandigheid: instraling 1000 W/m2, moduletemperatuur 25°
C, luchtmassa 1,5).
MAXIMAAL VERMOGEN VAN DE ZONNEPANEEL-INSTALLATIE
De MPPT-controller heeft de taak om de stroom cq. het vermogen te begrenzen, d.w.z. als
de laadstroom of het vermogen tijdens het laden hoger wordt dan de nominale laadstroom
cq. het nominale laadvermogen, begrenst de controller de laadstroom cq. de laadspanning
automatisch tot de nominale laadstroom cq. het nominale laadvermogen. Hierdoor worden
de laadcomponenten van de controller effectief beveiligd en wordt schade voorkomen aan
de controller als gevolg van het aansluiten van enkele zonnepaneel-modules die de specifi
-
caties overschrijdenzijn. De feitelijke werking van de zonnepaneel-installatie ziet er als volgt uit:
Conditie 1: Daadwerkelijk laadvermogen van de zonnepaneel-installatie ≤ nominaal laad
-
vermogen van de controller
Conditie 2: Daadwerkelijke laadspanning van de zonnepaneel-installatie ≤ nominale laad
-
stroom van de controller
Als de controller werkt onder „Conditie 1“ of „Conditie 2“, wordt het laadproces in
overeenstemming met de daadwerkelijke stroom of het daadwerkelijke vermogen uitgevo
-
erd. Op dat moment kan de controller op het maximale vermogenspunt van van de zonne-
paneel-installatie werken.
WAARSCHUWING: Als het vermogen van het zonnepaneel niet hoger is dan het nominale
vermogen, maar de maximale nullastspanning van de zonnepaneel-installatie meer dan
100V bedraagt, (bij de laagste omgevingstemperatuur), is de controller mogelijk beschadigd.
Conditie 3: Daadwerkelijk laadvermogen van de zonnepaneel-installatie ≤ nominaal laad
-
vermogen van de controller
Conditie 4: Daadwerkelijke laadspanning van de zonnepaneel-installatie ≤ nominale laad
-
stroom van de controller
Wenn der Regler unter „Bedingung 3“ oder „Bedingung 4“ betrieben wird, wird der Lade
-
vorgang gemäß dem Nennstrom oder der Nennleistung ausgeführt.
Model Nominale
laadstroom
Nominaal laad-
vermogen
Max. Vermogen
v. zonnepaneel-
installatie
Max. Spanning van het
open circuit van het
zonnepaneel
BSS0211
10A 130W/12V
260W/24V
195W/12V
390W/24V
92V
1
BSS1184 20A
260W/12V
520W/24V
390W/12V
780W/24V
100V
2
138
139