NEDERLANDS
NEDERLANDS
Overbelas-
ting van de
afnemer
Als de afnemer overladen raakt (de overlaadstroomsterkte is ≥ 4 keer de
nominale belastingsstroom van de controller), onderbreekt de controller
automatisch de uitgang. Als de belasting de uitgang vijf keer automatisch
weer verbindt (vertraging: 5 sec., 10 sec., 15 sec., 20 sec., 25 sec.), moet deze
kortsluiting worden gewist door de Load-toets in te drukken, de controller
opnieuw te starten of van nacht naar dag om te schakelen (nacht > 3 uur).
Oververhit-
ting van de
controller*
De controller kan de temperatuur binnen in de accu detecteren. De controller
houdt op met werken als de temperatuur meer dan 85 °C bedraagt en begint
weer te werken als de temperatuur onder 75 °C komt.
TVS - Hoog-
spanning-
spieken
De interne schakeling van de controller is voorzien van Transient Voltage Sup-
pressors (TVS), die alleen bescherming tegen hoogspanningspieken kunnen
bieden met minder energie. Als de controller wordt gebruikt in een gebied
waar het regelmatig onweert of op een plaats zonder toezicht, moet een
externe overspanningsbeveiliging worden geïnstalleerd.
Als de binnentemperatuur 81 °C bedraagt, wordt de laadmodus voor verminderd vermogen
geactiveerd. Hierdoor wordt per 1 °C verhoging het laadvermogen verminderd met 5 %, 10 %, 20
% en 40 %. Als de binnentemperatuur meer dan 85 °C bedraagt, legt de controller het laadproces
stil. Als de temperatuur onder 75 ºC komt, start de controller weer.
PROBLEEMOPLOSSING
Mogelijke
oorzaken
Fout/storing Probleemoplossing
Overbelasting
van de afne-
mer
1.De afnemer is geen uitgang
(1) Verminder a.u.b. het aantal elektri-
sche apparaten.
(2) Start de controller opnieuw.
(3) Wacht één nacht-dag-cyclus (nacht
> 3 uur).
Kortsluiting in
de afnemer
Load-symbool en foutsymbool
knipperen
(1) Controleer zorgvuldig de verbinding
met de afnemer, wis de foutmelding
(2) Start de controller opnieuw.
ONDERHOUD
Tenminste twee keer per jaar wordt u aangeraden de volgende inspectie- en onderhouds-
werkzaamheden uit te voeren voor een optimale werking.
• Controleer of de controller stevig is geïnstalleerd in een schone en droge omgeving.
• Zorg ervoor dat de luchtstroom rondom de controller niet wordt tegengehouden. Verwij-
der vuil en ongerechtigheden van de radiator..
• Controleer alle kabels die niet in een kabelgoot zitten om er zeker van te zijn dat de
isolatie niet beschadigd door de zon, slijtage als gevolg van wrijving, uitdroging, insecten
of ratten enz. Repareer of vervang kabels, indien nodig.
• Haal alle klemmen strak aan. Kijk of er losse, gebroken of verbrande kabels zijn.
• Controleer en bevestig of de juiste leds worden gebruikt. Wees alert op storingen
of foutindicaties. Neem eventueel corrigerende maatregelen.
• Controleer of alle systeemcomponenten stevig en op de juiste wijze geaard zijn.
• Controleer of op de klemmen geen tekenen zijn van corrosie, beschadigde isolatie, bloot-
stelling aan hoge temperaturen of verbrande/verkleurde plekken. Haal de klembouten met
het aanbevolen koppel aan.
• Controleer op vuil, nestelende insecten en corrosie. Verhelp dit op tijd, zo nodig.
• Controleer en bevestig of de bliksemafl eider zich in een goede staat bevindt.
• Vervang deze tijdig om schade aan de controller en aan andere apparaten te voorkomen.
WAARSCHUWING: Gevaar van elektrische schokken!
Zorg ervoor dat alle stroomvoerende delen spanningsvrij zijn, voordat u de hierboven ver-
melde werkzaamheden uitvoert. Volg dan de betreffende inspecties en handelingen uit.
Mogelijke
oorzaken
Fout/storing Probleemoplossing
Zonnepaneel-
installatie
losgekoppeld
Led-indicatie overdag, wanneer
de zon goed op de zonne-
paneel-modules schijnt
Controleer of de kabelaansluitingen
van de zonnepanelen juist en stevig
zijn aangebracht.
Accuspanning
is minder dan
8V
De kabelaansluiting is correct,
de controller functioneert niet.
Controleer a.u.b. de accuspanning.
Om de controller te activeren, is de
spanning minimaal 8V.
Overspanning
van de accu
Accuniveau geeft vol aan, accu-
symbool knippert, foutsymbool
knippert
Controleer of de accuspanning hoger
is dan OVD (spanning voor onder-
breken overspanning) en koppel de
zonnepaneel-module los.
Accu leeg
Accuniveau geeft vol aan, accu-
symbool knippert, foutsymbool
knippert
Als de accuspanning teruggebracht
wordt tot of boven LVR (spanning
waarbij lage spanning weer wordt
opgeladen), start de toevoer naar de
afnemer weer
Oververhitting
van de accu
Accuniveau geeft vol aan, accu-
symbool knippert, foutsymbool
knippert
De controller schakelt het systeem
automatisch uit. Als de temperatuur
onder 75 ºC komt, start de controller
weer.
154
155