EasyManua.ls Logo

Danfoss CF-MC Master Controller - CF-EA Externe Antenne; CF-RS, -RP, -RD en -RF Kamerthermostaten; Meerdere (2 Tot 3) CF-MC Hoofdregelaars; Voeding

Danfoss CF-MC Master Controller
84 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
Installatiehandleiding CF-MC Hoofdregelaar
66
02/2013 VIUHK8C1 Danfoss Heating Solutions
4.7 Voeding
Wanneer alle motoren, pomp- en ketelsturingen en andere ingangen geïnstalleerd zijn, steekt u de
stroomstekker van de CF-MC Hoofdregelaar in een stopcontact met 230 V.
NB! Als de stekker tijdens de installatie van de voedingskabel wordt gehaald, moet u ervoor zorgen dat de
aansluiting gebeurt in overeenstemming met de geldende wetgeving.
4.8 CF-EA Externe Antenne
De CF-EA Externe Antenne wordt geïnstalleerd als doorzendantenne wanneer GEEN transmissie
mogelijk is door zware bouwconstructies of metalen barrières, bijv. als de CF-MC Hoofdregelaar zich
in een metalen kast bevindt.
•Verwijder het plastic afdekplaatje van de antenneaansluiting op de CF-MC Hoofdregelaar (g. 18).
•Sluit de CF-EA Externe Antenne aan (g. 19).
• Plaats de CF-EA Externe Antenne aan de andere zijde van de transmissiebarrière dan de CF-MC
Hoofdregelaar.
4.9 Meerdere (2 tot 3) CF-MC Hoofdregelaars
NB! Voor een probleemloze installatie van CF-MC Hoofdregelaar 2 en/of 3 wordt aanbevolen om eerst de
installatie van CF-MC Hoofdregelaar 1 te voltooien.
CF-MC Hoofdregelaar 1 moet degene zijn die is aangesloten op de lokale toevoerpomp.
•
In één systeem kunnen maximaal 3 CF-MC Hoofdregelaars worden aangesloten.
• Als er 2 of 3 CF-MC Hoofdregelaars zijn, moet u deze aansluiten op een 230 V-voeding op een
zodanige afstand (max. 1,5 m) van CF-MC Hoofdregelaar 1 dat alle CF-MC Hoofdregelaars tegelij-
kertijd kunnen worden gemanipuleerd.
Activeer de installatiemodus op CF-MC Hoofdregelaar 1 (g. 20):
•
Gebruik de menukiezer om de installatiemodus te selecteren. Installatieled knippert.
•
Activeer de installatiemodus door op OK te drukken. Installatieled gaat branden.
Start de installatie op CF-MC Hoofdregelaar 2 of 3 (g. 20):
• Activeer de installatie op CF-MC Hoofdregelaar 1 door op OK te drukken .
•
Installatieled knippert tijdens de communicatie en gaat UIT wanneer de installatie voltooid is.
•
Verplaats CF-MC Hoofdregelaar 2 en/of 3, indien nodig. Bij het opnieuw aansluiten op de 230
V-voeding wordt automatisch de verbindingstest gestart.
•
Als CF-MC Hoofdregelaar 2 en/of 3 een eigen pomp heeft, moeten de relais voor pomp en ketel
in overeenstemming hiermee worden gecongureerd (zie hoofdstuk 6.5).
NB! Latere verwijdering van CF-MC Hoofdregelaar 2 of 3 van CF-MC Hoofdregelaar 1 kan alleen door CF-
MC Hoofdregelaar 1 te resetten (zie hoofdstuk 7.2).
4.10 CF-RS, -RP, -RD en -RF Kamerthermostaten
NB! De toewijzing van kamerthermostaten aan de CF-MC Hoofdregelaar moet gebeuren op een afstand
van maximaal 1,5 m.
Activeer de installatiemodus op de CF-MC Hoofdregelaar (g. 20):
•
Gebruik de menukiezer om de installatiemodus te selecteren. Installatieled knippert.
• Activeer de installatiemodus door op OK te drukken. Installatieled gaat branden.
Activeer de installatiemodus op de CF-RD en CF-RF Kamerthermostaten (g. 20/21):
• Druk op de drukknop . Led en ikkeren tijdens de communicatie.
Activeer de installatiemodus op de CF-RS en -RP Kamerthermostaten (g. 20/21):
• Druk op de drukknop / . Led en ikkeren tijdens de communicatie.
Selecteer uitgang op de CF-MC Hoofdregelaar (g. 20/22):
• Alle beschikbare uitgangsleds op de CF-MC Hoofdregelaar gaan branden, en de eerste knip-
pert.
• Druk op de uitgangsselectieknop om de gewenste uitgang te selecteren (knippert). Bevestig
met OK .
• Alle uitgangsleds gaan UIT. De geselecteerde uitgang blijft kort AAN.
Installatiestatus kamerthermostaat (g. 21):
•
Gelukt: led gaat UIT.
• Mislukt: led knippert 5 keer.

Table of Contents

Related product manuals