109
2) Zet de stopschakelaar (1) in de stand I (bedrijf).
3) Chokehendel
Zet met de chokehendel de choke dicht.
Choke:
– Volledig open bij lage temperaturen of wanneer de motor koud is.
– Volledig of half dicht bij opnieuw starten van de motor direct na het
uitschakelen.
Opmerking: – Als de gashendel herhaaldelijk wordt ingeknepen terwijl de chokehendel in de dichte stand staat, zal de motor niet gemakkelijk
starten vanwege een overmatige brandstoftoevoer.
– In geval van een overmatige brandstoftoevoer, verwijdert u de bougie en trekt u langzaam aan de trekstarthandgreep om
overtollige brandstof te verwijderen. Maak ook het elektrodengedeelte van de bougie droog.
Opgelet tijdens gebruik:
Als de gashendel volledig wordt ingeknepen tijdens onbelast bedrijf, neemt het motortoerental toe tot meer dan 10.000 toeren min
-1
of meer.
Laat de motor nooit draaien op een hoger toerental dan nodig is en met een toerental van 6.000 tot 8.500 toeren min
-1
.
OPEN
DICHT
Carburator
Brandstofhandpomp
4) Brandstofhandpomp
Blijf op de brandstofhandpomp drukken tot de brandstof in de
brandstofhandpomp stroomt. (Over het algemeen stroomt de brandstof in
de brandstofhandpomp na 7 tot 10 keer duwen.)
Als te vaak op de brandstofhandpomp wordt gedrukt, vloeit het overschot
aan brandstof terug naar de brandstoftank.
5) Trekstartinrichting
Trek voorzichtig aan de trekstarthandgreep tot u weerstand voelt
(compressiepunt). Laat de trekstarthandgreep terugtrekken en trek er
vervolgens krachtig aan.
Trek nooit door tot aan het einde van het trekstartkoord. Nadat aan de
trekstarthandgreep is getrokken, mag u hem niet onmiddellijk loslaten.
Houd de trekstarthandgreep vast tot het trekstartkoord is opgewonden in de
trekstartinrichting.
6) Chokehendel
Nadat de motor is aangeslagen, zet u de choke open.
– Zet de choke geleidelijk open terwijl u op het motortoerental let. Zorg
ervoor dat op het laatst de choke volledig open staat.
– Bij lage temperaturen of wanneer de motor koud is, mag u de choke nooit
plotseling open zetten. Als u dit doet kan de motor afslaan.
7) Opwarmen
Laat de motor gedurende 2 tot 3 minuten opwarmen.