113
HET LUCHTFILTER REINIGEN
WAARSCHUWING: STRENG VERBODEN VOOR
ONTBRANDBARE MATERIALEN
Controle- en reinigingsinterval: Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren)
– Zet met de chokehendel de choke helemaal dicht en houd de carburator vrij
van stof of vuil.
– Verwijder de bevestigingsbout van de luchtlterkap.
– Trek aan de onderrand van de luchtlterkap en haal de luchtlterkap eraf.
– Als er olie op het lterelement (spons) zit, knijpt u deze goed uit.
– In geval van ernstige verontreiniging:
1) Verwijder het lterelement (spons), dompel het in warm water of in een
oplossing van een neutraal schoonmaakmiddel in water, en droog het
grondig.
2) Reinig het lterelement (vilt) met benzine en droog het grondig.
– Alvorens het lterelement terug te plaatsen, moet het grondig droog zijn. Als
het lterelement onvoldoende droog wordt teruggeplaatst, kan dat leiden tot
moeilijk starten.
– Veeg olie die rondom de luchtlterkap en achterplaat zit af met een
poetsdoek.
– Onmiddellijk nadat het reinigen klaar is, plaatst u de luchtlterkap terug en
monteert u de bevestigingsbout. (Plaats bij het monteren eerst de bovenrand
en daarna de onderrand.)
Trek aan deze lip en verwijder het
lterelement (vilt).
Achterplaat
Filterelement (spons)
Luchtlterkap
Bevestigingsbout
Filterelement (vilt)
Ontluchting
Absorptiepapier
3) Leg absorptiepapier rondom de olievulopening.
TIPS VOOR HET OMGAAN MET OLIE
– Gooi verbruikte motorolie nooit weg met het afval, op de grond, of in een rioolput. Het weggooien van olie is bij wet geregeld. Houd u
bij het weggooien altijd aan de betreffende wetten en regelgeving. In het geval u hierover vragen heeft, neemt u contact op met een
erkend servicecentrum.
– Olie verslechtert, ook wanneer de olie niet wordt gebruikt. Controleer en ververs de olie regelmatig (ververs de olie iedere 6 maanden).
Tips voor het omgaan met het lterelement
– Reinig het lterelement meerdere keren per dag als onder extreem
stofge omstandigheden wordt gewerkt.
– Als u blijft doorwerken terwijl het lterelement vervuild is met olie, kan
de olie buiten het luchtlter terechtkomen en tot olieverontreiniging
leiden.
4) Draai de oliepeilstok los, trek hem eruit, en tap de olie af door de motor te
kantelen zodat de olievulopening onder zit.
Laat de olie in een bak lopen zodat u de olie op de juiste wijze kunt
weggooien.
5) Plaats de motor horizontaal en vul met nieuwe olie tot aan de rand van de
olievulopening.
Gebruik voor het bijvullen een olievules.
6) Draai na het bijvullen de oliepeilstok stevig vast. Bij onvoldoende
vastdraaien van de oliepeilstok kan olie eruit lekken.