14
Selecteer in het startscherm > .
Selecteer een proel.
Selecteer .
Schakel de sensor in en selecteer .
Draai de pedaalarm een paar keer rond.
Wanneer de sensor is gekoppeld met uw Edge, is de sensorstatus . U kunt
een gegevensveld aanpassen om Vector-gegevens weer te geven.
Voordat u de eerste keer met uw Vector gaat etsen, moet u de pedaallengte invoeren, de
installatiehoek van de sensors in de pedalen instellen en de vaste nulreferentie kalibreren.
De pedaallengte is vaak vermeld op de pedaalarm.
Draai de pedalen een paar keer rond om de Vector te activeren.
Selecteer in het startscherm > .
Selecteer een proel.
Selecteer > .
Voer de pedaallengte in en selecteer .
Voordat u de installatiehoeken instelt, moet u de Edge-gegevensvelden instellen om
vermogen en cadans weer te geven.
U kunt een kort ritje maken op een trainingstoestel of op de weg.
Rijd totdat de cadans bijna 70 rpm is.
Versnel gelijkmatig tot circa 90 rpm.
Wanneer de installatiehoeken zijn ingesteld, verschijnt er een bericht en worden
gegevensvelden met vermogensgegevens weergegeven op de Edge.
: tijdens deze taak moet de ets rechtop staan en mag er geen contact zijn
met de pedalen.
Selecteer in het startscherm > .
Selecteer een proel.
Selecteer > .
Wanneer de nulreferentie is bepaald, verschijnt er een bericht op de Edge.
Garmin raadt u aan de Vector aan het begin van elke rit te kalibreren voor de beste
resultaten.
Stel een vaste nulreferentie in (pagina 14).
Maak een rit.
Trap tijdens het etsen 5 keer of meer gelijkmatig terug.
Wanneer de Vector is gekalibreerd, verschijnt er een bericht op de Edge.
U kunt de meest recente handleiding ophalen via internet.
Ga naar www.garmin.com/vectorowner.
Klik op .
Als u uw ets transporteert of de Vector een tijd niet gebruikt, raadt Garmin u aan de
Vector te verwijderen en te bewaren in de productdoos.