EasyManua.ls Logo

GYS STARTPACK 12.24 - Afwijkingen, Oorzaken, Oplossingen

GYS STARTPACK 12.24
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
35
STARTPACK 12.24
NL
- Groene lampje brandt als de accu opgeladen i + oating
• Na het laden, laat het toestel aangesloten op de netspanning
Voor elke behandeling, zet de schakelaar op OFF.
INTERNE ACCU’S: ADVIES EN ONDERHOUD
Er moet speciale aandacht besteedt worden aan deze hi-performance accu’s. Volgen van de instructies hieronder kan de
levensduur van de accu’s verlengen.
1. Laad het toestel op direct na de aanschaf en na elk gebruik.
2. Gebruik geen andere lader dan die dat geïntegreerd is in het toestel.
3. Bij geen gebruik, zet de schakelaar op OFF.
4. Vermijd kortsluiting van de klemmen als de schakelaar op 12V of 24V is.
5. Sluit nooit de rode klem aan op de negatieve pool van de accu en de zwarte klem (-) op de motor. Dit zou kortsluiting
van de accu’s van Startpack veroorzaken.
6. Wacht 3 minuten tussen 2 opstartpogingen. Hierdoor kan de accuspanning terugkeren en de interne componenten
van het toestel afkoelen. Als je niet wacht en / of als het opstarten te lang duurt, u loopt risico om de kracht te ver-
liezen en de kansen om opstarten te verminderen.
AFWIJKINGEN, OORZAKEN, OPLOSSINGEN
Afwijkingen Oorzaken Oplossingen
MODUS STRATHULP
1
Een geluidssignaal is hoorbaar en
het rood lampje staat aan.
Het toestel geeft een polaritei-
tomwisseling gevonden.
Controleer de polariteit van de
accu. De rode klem op (+) en de
zwarte klem op (-).
2
Het rood lampje knippert. De accuspanning is gezakt onder
12.5 V na het opstarten of hoog
gebruik.
Laad het toestel op direct na het
gebruik. Het rood lampje schakelt
uit.
3
De vonken verschijnen na contact
van de klemmen op de accu.
De schakelaar is op 12V.ou 24V. Laad het toestel op direct na het
gebruik. Het rood lampje schakelt
uit.
De schakelaar is op verkeerde po-
sitie.
Voor het aansluiten van klemmen,
zet de schakelaar op OFF
Polariteitomwisseling. Controleer de polariteit van de
accu.
4
Het toestel kan het voertuig niet
opstarten.
Het rood lampje knippert.
De accu’s van het toestel zijn leeg. Laad het toestel op, wacht tot het
einde van het laden en probeer
op nieuw.
Meerdere opstartpogingen zonder
pauze.
Wacht 3 minuten tussen 2 ops-
tartpogingen.
Het opstarten mag niet langer
dan 5 seconden duren.
De accuspanning is niet geschikt. Controleer of de laadspanning ri-
jmt met de accuspanning.
5
Het toestel kan het voertuig niet
meer opstarten en het rood lam-
pje staat uit.
De accuspanning van de interne
accu’s is zeer laag. Mogelijk zijn
de accu’s beschadigd.
Laad het toestel op om herstellen
van de accu’ s te proberen.
De netzekering is gesmolten. Controleer en vervang de netze-
kering.

Related product manuals