77
geschermd mondstuk
niet mogelijk is.
• Werk niet met een be-
schadigd, onvolledig of
zonder toestemming van
de fabrikant omgebouwd
apparaat. Laat door een
erkend technicus contro-
leren of de nodige elek-
trische veiligheidsvoor-
zieningen aanwezig zijn
voordat u het apparaat in
gebruik neemt.
• Het apparaat mag alleen
worden aangesloten op
een stopcontact dat door
een ervaren elektricien
volgens IEC 60364-1 is
geïnstalleerd.
• Controleer voor gebruik
altijd de aansluit- en ver-
lengkabels op tekenen
van beschadiging of ver-
oudering. Als de kabel
tijdens gebruik bescha-
digd raakt, moet deze on-
middellijk worden losge-
koppeld van het elektri-
citeitsnet; RAAK DE LIJN
NIET AAN VOORDAT HIJ
IS LOSGEKOPPELD VAN
HET NET. Gebruik het
apparaat niet als de kabel
beschadigd of versleten
is.
• Indien het netsnoer van
dit apparaat beschadigd
is, moet het worden ver-
vangen door de fabrikant,
diens dienst naverkoop of
een soortgelijk gekwalifi-
ceerd persoon, om geva-
ren te voorkomen. Neem
contact op met het servi-
cecentrum.
• Sluit het apparaat slechts
aan op een stopcontact
met een aardlekschake-
laar (FI-schakelaar) met
een gemeten lekstroom
van niet meer dan 30mA.
• Gebruik alleen verleng-
snoeren die geschikt zijn
voor gebruik in open-
lucht. De aansluiting
moet droog en boven
de grond zijn. We raden
aan om gebruik te ma-
ken van een kabelhaspel
die het stopcontact op
minstens 60 mm van de
grond houdt.
• Verlengkabels moeten
een kabeldoorsnede heb-
ben van ten minste 2 ×
2,5 mm².
• Hogedrukslangen, fittin-
gen en koppelingen zijn
belangrijk voor de veilig-
heid van de apparatuur.