81
• Steek het uiteinde van de slang
in de schroefdraad van de snel-
koppeling met tuinslangadapter.
• Zet de snelkoppeling met de
tuinslangadapter vast met de
klemmoer.
• Controleer of de snelkoppeling
met tuinslangadapter stevig op
de slang zit.
4. Sluit de toevoerslang aan op de
watervoorziening.
5. Toevoerslang ontluchten: open de
watervoorziening en laat water aan
het andere uiteinde van de toe-
voerslang uitstromen totdat in het
uitstromende water geen belletjes
meer te zien zijn. Draai de water-
voorziening dicht.
6. Verbind de snelaansluiting met de
tuinslangadapter (31) op de toe-
voerslang met de koppeling (19).
Water aanzuigen
Voorwaarden
• AANWIJZING! Verontreiniging door
teruggespoelde reinigingsmidde-
len! Zuig geen water aan uit na-
tuurlijke poelen.
• Zuigslang met filterkorf (niet inbe-
grepen in de leveringsomvang),
Reserveonderdelen en accessoires,
Pag.90)
• stilstaand, schoon water, bijv. re-
genton
• Max. aanzuighoogte: 0,5m
Procedure
WAARSCHUWING! Elektrische
schok! Het apparaat zelf mag niet in
de waterpoel ondergedompeld wor-
den.
AANWIJZING! Beschadiging door
drooglopen! Zorg voor voldoende wa-
tervoorraad en een veilige watertoe-
voer.
1. Sluit de aanzuigslang met filterkorf
aan op de koppeling (19) op de
wateraansluiting (21) van het appa-
raat.
2. Steek het uiteinde met de filterkorf
in de waterpoel.
3. Verwijder de lans (1) van de pi-
stoolgreep (6).
4. Druk en houd de inschakelhendel
ingedrukt (24).
5. Breng de aan-/uitschakelaar (4) in
stand „I“ (AAN).
Het apparaat begint water aan te
zuigen en de lucht kan ontsnap-
pen.
6. Wanneer er geen lucht meer in het
apparaat is, kunt u de inschakel-
hendel loslaten.
7. Monteer een hulpstuk.
Opzetstuk kiezen
Standaard variabele spuitmond (22)
De punt is draaibaar.
Bedieningselementen
• Variabele waaierstraal (Draairich-
ting van achteren gezien)
Brede waaierstraal
Lage druk voor reini-
gingsmiddelen
Hoe hoger de druk,
hoe minder reini-
gingsmiddel er wordt
aangezogen
Smalle waaierstraal
Hoge druk
Turbo-vuilfrees (29)
De roterende waterstraal is ge-
schikt om te werken met een
laag waterverbruik.
Roterende wasborstel (10)
• Voor gevoelige en gelakte opper-
vlakken (bijv. autolak) is de roteren-
de wasborstel niet geschikt.
• Oefen geen druk uit op de roteren-
de wasborstel. De reinigende wer-