84
Ontluchten
Toevoerslang ontluchten
1. Sluit de waterkraan.
2. Haal de toevoerslang van het ap-
paraat af.
3. Zie voor verdere instructies Zorgen
voor watervoorziening, Pag.80
Apparaat ontluchten
1. Breng de aan-/uitschakelaar (4) in
stand „I“ (AAN).
2. Wacht totdat de druk is opge-
bouwd en de motor stopt.
3. Breng de aan-/uitschakelaar (4) in
stand „0“ (UIT).
4. Druk net zo lang op de inschakel-
hendel (24) van de pistoolgreep (6)
tot de druk is verminderd.
5. Doe dit een paar keer achter el-
kaar totdat het apparaat helemaal
is ontlucht.
Bedrijf beëindigen.
1. Na werkzaamheden met reini-
gingsmiddelen:
• Leeg het reinigingsmiddelreser-
voir (17).
• Spoel het apparaat uit met hel-
der water totdat er geen reini-
gingsmiddel meer in de leidin-
gen zit.
2. Laat de inschakelhendel (24) los.
3. Breng de aan-/uitschakelaar (4) in
stand „0“ (UIT).
4. Sluit de waterkraan.
5. Druk net zo lang op de inschakel-
hendel (24) van de pistoolgreep (6)
tot de druk is verminderd.
6. Trek de stekker uit het stopcon-
tact. Wikkel het netsnoer (15) op
de houder (14).
7. Koppel het apparaat los van de
watervoorziening.
Transport
Zo bereidt u het apparaat voor om
veilig te rollen.
• Schakel het apparaat uit en trek de
stekker uit het stopcontact. Verze-
ker u ervan dat alle bewegende de-
len volledig tot stilstand zijn geko-
men.
• Rol de hogedrukslang (11) op de
slangtrommel (12), en wikkel het
netsnoer (15) om de houder (14).
• Trek de beugelgreep uit.
Als u het apparaat wilt dragen, laat
dan een tweede persoon u helpen.
Reiniging, onderhoud
en opslag
WAARSCHUWING! Elektrische
schok! Gevaar voor letsel door on-
bedoeld aanlopen van het apparaat.
Bescherm u bij onderhouds- en rei-
nigingswerkzaamheden. Schakel het
apparaat uit en trek de stekker uit het
stopcontact.
Laat reparatiewerkzaamheden en on-
derhoud, die niet zijn beschreven in
deze handleiding, uitvoeren door een
gespecialiseerd service-center. Ge-
bruik uitsluitend originele onderdelen.
Reiniging
AANWIJZING! Beschadigingsgevaar!
Verkeerde reiniging kan het appa-
raat beschadigen. Spuit het apparaat
nooit schoon met water. Reinig het
apparaat niet onder stromend water.
Gebruik geen bijtende schoonmaak-
of oplosmiddelen.
Houd het apparaat steeds schoon.
Reinigen na gebruik
1. Breng de aan-/uitschakelaar (4) in
stand „0“ (UIT).