NL-20
ZT 220D-
Serie
AFSTELLINGEN
Bereik maaihoogte voor rolafstelling
MAAIHOOGTE
De maaihoogte wordt ingesteld door de hoogte van de
maaipen N te veranderen naar het gat voor de gewenste
maaihoogte.
De maaihoogte veranderen:
1. Breng het dek volledig omhoog.
2. Verplaats pen N naar het gewenste gat.
3. Breng het dek omlaag totdat de hefhendel wordt
gestopt door de pen.
OPMERKING:
– De maaihoogte kan variëren door de hoeveelheid
profiel op de banden, de bandendiameter of de
bandendruk.
– Stel voor het beste resultaat de achterdekrollen af
op de gewenste maaihoogte (zie hieronder).
ACHTERDEKROLLEN
De achterste dekrollen aan de buitenzijde zijn afstelbaar
in de hoogte voor een verbeterde dekzweving en
scalpeerbescherming op verscheidene maaihoogten.
Het is niet de bedoeling dat zij constant over de grond
rijden. Niet dichter dan 10 mm van de grond afstellen.
DUWARMEN
De stangeinden van de duwarmen moeten gelijkmatig
afgesteld worden zodat
– het dek loodrecht op de voor-achteras van de
machine komt te staan;
– de groef aan de voorzijde van het motordek vrijkomt
van de duwarmbeugel aan de achterzijde van het
maaidek wanneer het maaidek in de
transportpositie wordt gezet.
Pas de lengte van de stangeinden aan tot 37 mm vanaf
het begin. Wanneer een verdere afstelling vereist is,
beide stangeinden afstellen zodat er een gelijke
hoeveelheid schroefdraad te zien is.