55
NL
Fig. 3
Fig. 4
Fig. 4 bis
Plaats binnenunit
1. Geen voorwerpen in de buurt van de
luchtuitlaat plaatsen, zodat uitstromende
lucht het hele vertrek kan bereiken.
2. Erop letten de binnenunit stevig en wa-
terpas te installeren.
3. Een plaats kiezen die 4 keer het gewicht
van het toestel kan dragen teneinde het
geluidsniveau door contacttrillingen zo-
veel mogelijk te beperken.
4. Een plaats kiezen waar de afvoer een-
voudig aan te brengen is en zo dicht mo-
gelijk in de buurt van de buitenunit.
5. Erop letten dat er voldoende vrije ruimte
is om de onderhoudswerkzaamheden te
kunnen verrichten.
6. Ervoor zorgen dat de ophanging 4 keer
het gewicht van het toestel kan dragen
om verzadiging te voorkomen (blijvende
compressie).
Nota:
1. Een veilige afstand tot de keuken aan-
houden.
2. Niet in wasruimten installeren.
Opening in het plafond en be-
vestigingsbouten (M10) (Afb. 3)
Binnenunit installeren (Afb. 4 en
4bis)
1. Plaats de binnenunit.
- Bevestig de steun aan de bevestigings-
bouten. Let erop dat deze goed vastzit-
ten en gebruik moeren en ringen zowel
aan de boven- als aan de onderzijde van
de steun. Het blokkeerplaatje (1) voor-
komt dat de ringen los kunnen komen.
- Gebruik het sjabloon (2) om de afmetin-
gen van de opening in het plafond te
weten.
- Zowel het midden van de opening in het
plafond als het midden van het toestel
zijn op het sjabloon aangegeven dat bij
het toestel meegeleverd is.
- Bevestig het sjabloon met de bouten (3)
x 3 aan de binnenunit.
2. Zet het toestel in de juiste positie waarin
het geïnstalleerd moet worden.
3. Controleer of het toestel waterpas staat
(met waterpas).
- De binnenunit is van een pomp en een
vlotter op alle vier de hoeken voorzien.
Controleer met een waterpas of een
vinyl slang of deze goed geplaatst zijn.
(Als het toestel tegengesteld aan de
stroming van het condenswater ge-
plaatst is, zal de vlotter niet goed wer-
ken waardoor deze water kan morsen).
5. Verwijder het blokkeerplaatje van de rin-
gen (1) en draai de bovenste moer op
de bout.
6. Verwijder het montagesjabloon.
Let op: draai de moeren aan om te voorko-
men dat het toestel naar beneden kan val-
len.
Koelaansluitingen (Afb. 5)
- Let erop dat bij het aan- en afkoppelen
van de koelleidingen de twee sleutels te-
gelijkertijd gebruikt worden zoals in de
volgende tekeningen te zien is.
- Raadpleeg tabel 1 om de juiste kracht te
bepalen waarmee de moeren aangetrok-
ken moeten worden. (Het te strak aan-
draaien kan tot gaslekkage leiden).
- Breng bij het aansluiten van de leidingen
zowel op de binnen- als de buitenzijde van
de buis olie voor koelmachines aan en
draai ze voorlopig met de hand 3 of 4 sla-
gen vast.
- Controleer de aansluiting van de leidin-
gen op gaslekken en breng vervolgens
de isolatie aan zoals hieronder getoond
wordt.
- Gebruik afdichtkit (11) om de verbinding
van de isolatie (8) te isoleren.
- Bij installaties waarbij de leiding langer
dan 10 meter is, dient 30 g per meter lei-
160
GEZIEN VANUIT “A”
BEVESTIGING
PLAFOND
780 BEVESTIGING
840 BINNENUNIT
890 OPENING IN PLAFOND
950 FORNTPANEEL
780 BEVESTIGING
840 BINNENUNIT
890 OPENING IN PLAFOND
950 FRONTPANEEL
A
BEVESTIGINGSSTEUN
MET DUBBELE MOER
VASTZETTEN
RING (INBEGREPEN)
BOUT M10
BLOKKEERPLAATJE
VOOR RING (1)
INZETTEN
VINYL BUIS
WATERPAS
BOUTEN (3)
MIDDEN VAN DE
OPENING IN HET
PLAFOND
MONTAGES-
JABLOON (2)
BOUTEN (3)
BEVESTIG DE BOUTEN
IN DE HOEKEN VAN
HET AFVOERSYSTEEM
950
> 20