48
7 Gebruik van de sonde
WAARSCHUWING!
Let met name op bij het plaatsen van de
gasbemonsteringssondes: de uitlaten kunnen zeer hoge
temperaturen bereiken.
Gebruik geschikte beschermende handschoenen!
Als de uitlaat een binnendiameter heeft van 12 tot 20 mm, voer de sonde dan
minimaal 100 mm in; als de uitlaat een binnendiameter heeft van groter dan
20 mm, voer de sonde dan minimaal 200 mm in.
Vanwege de specifieke vorm van de uitlaatleiding is het voor uitlaten met een
binnendiameter van minder dan 12 mm, of als alternatief voor de voorgaande
omstandigheden, noodzakelijk om de uitlaat te verlengen door middel van het
metalen verlengstuk, zoals aangeduid in Figuur 6.
Fig. 6
In dit geval is het noodzakelijk om te controleren of de verbinding goed vastzit
en of de sonde minimaal 300 mm in het verlengstuk is ingevoerd.
WAARSCHUWING!
Een verkeerd aangesloten sonde neemt gassen op die zijn gemengd met
externe lucht en verandert de meting.
De speciale 2-takt sonde is uitgerust met een klem die speciaal is ontworpen
om de buitenkant van de uitlaat vast te houden (zie Figuur 7, Figuur 8 en
Figuur 9)