151
NL
620
Zie de bijgeleverde handleiding INSTRUCTIES VOOR REINIGING.
REINIGING VAN HET VOORFILTER
Bij een normaal gebruik van de ltering zal het vuil in
het voorlter van de lterpomp terechtkomen.
Schakel de lterpomp uit door op het controlepaneel
de schakelaar van de lterpomp op “STOP” te zetten.
Sluit de klep op de aanzuigleiding van de lterpomp
(moet door de installateur worden gemonteerd).
Draai de vergrendelingsknoppen van het mandje van
het voorlter los; haal het mandje eruit en verwijder
de bezinksels.
Na het doorzichtige deksel te hebben vastgezet, de
klep op de aanzuigleiding weer openen.
De lterpomp starten door de schakelaar van de
pomp op “MAN” te zetten, het zandlter reinigen (zie
fase 10 van de eerste START) en de schakelaar van
de pomp weer op de stand “auto” terugzetten.
REINIGING VAN DE OPPERVLAKKEN
REINIGING VAN DE FILTERS