EasyManua.ls Logo

Tormatic T75 DES - Page 63

Tormatic T75 DES
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
NL-61T75 DES
Menu 3 basisinstellingen en eerste inbedrijfstelling
Instellen van de deureindposities (menupunten 30 en 31)
De bovenste en onderste eindpositie moeten direct na elkaar
worden ingesteld.
1. Kies menu3 "Basisinstellingen" bij de besturing en ga naar
menupunt 30 "Deurinstelling bovenste eindpositie", zodat
het getal30 op het display knippert.
2. Voor het vastleggen van de bovenste eindpositie, de
knop ingedrukt houden, tot de deur volledig is geopend.
ð Mocht de deur in de verkeerde richting bewegen, moet
een richtingsomkering worden ingeleid. Houd de
knop 5seconden ingedrukt en herhaal daarna
stap2.
3. Na het instellen van de bovenste eindpositie moet de on-
derste eindpositie worden ingesteld. Verlaat het menu-
punt30, door een keer op de knop te drukken. Op het
LED-display knippert 5 keer de decimale punt, waarmee de
invoer wordt bevestigd.
4. Omschakelen naar het menupunt31 "Deurinstelling onder-
ste eindpositie".
5. Voor het vastleggen van de onderste eindpositie, de
knop ingedrukt houden, tot de deur volledig is gesloten.
6. Bevestig de invoer, voor het afsluiten van de instelling.
LET OP
De deur moet veergecompenseerd zijn.
Afhankelijk van de aandrijving moet de deur
veergecompenseerd zijn.
WAARSCHUWING
Knelgevaar en botsgevaar door sluitende
deur
Zorg dat tijdens het instellen van de eindposities
geen sluitkant- of fotocelbewaking actief is.
Fijninstelling deureindpositie boven (menupunt33) en onder
(menupunt34)
1. Kies menu3 "Basisinstellingen" bij de besturing en ga naar
menupunt33 "Fijncorrectie bovenste eindpositie".
ð De vooringestelde waarde50 knippert op het LED-
display.
2. Voor fijncorrectie zijn waarden van 0 tot en met 99 beschik-
baar. Waarden van 50 (fabrieksinstelling) tot en met 0 ko-
men overeen met 0mm, tot en met ca. -80mm. Waarden
van 50 tot en met 99 komen overeen met 0mm, tot en met
ca. +80mm.
3. De invoer bevestigen en omschakelen naar menupunt 34
"Fijncorrectie onderste eindpositie".
4. Voor fijncorrectie zijn waarden van 0 tot en met 99 beschik-
baar. Waarden van 50 (fabrieksinstelling) tot en met 0 ko-
men overeen met 0mm, tot en met ca. -80mm. Waarden
van 50 tot en met 99 komen overeen met 0mm, tot en met
ca. +80mm.
Keuze sluitkantJ3 / keuze fotocelJ2 (menupunt 35 en 36)
1. Kies menu3 "Basisinstellingen" bij de besturing en ga naar
menupunt35 "Keuze sluitkant".
2. Kies een waarde op basis van de gewenste instelling.
3. De invoer bevestigen en omschakelen naar menupunt 36
"Keuze fotocel".
4. Kies een waarde op basis van de gewenste instelling.
5. Bevestig de invoer, voor het afsluiten van de instelling.
Uitschakelpositie vooreindschakelaar (menupunt37)
1. Kies menu3 "Basisinstellingen" bij de besturing en ga naar
menupunt 37 "Keuze correctie vooreindschakelaar sluit-
kantbeveiliging".
ð De vooringestelde waarde 25 knippert op het LED-
display.
2. De uitschakelpositie zo instellen, dat maximaal 50mm af-
stand tot het vloercontact ontstaat. Hiervoor zijn waarden
van 0 tot en met 99 beschikbaar. Waarden van 25 (fa-
brieksinstelling) tot en met 0 komen overeen met 0mm, tot
en met ca. -50mm. Waarden van 25 tot en met 99 komen
overeen met 0mm, tot en met ca. +100mm.
3. Bevestig de invoer, voor het afsluiten van de instelling.
LET OP
Opvolging van de norm EN12453
Controleer na elke uitgevoerde instelling de uit-
schakelpositie van de deur. De instelling van de
uitschakeling mag niet meer dan 50mm boven
de vloer liggen, anders wordt niet voldaan aan
de norm EN12453. Dan dreigt verlies van de
goedkeuring.
Menu 4 uitgebreide deurinstellingen
Openingskrachtbegrenzing (menupunt 48)
WAARSCHUWING
Intrekkingsgevaar door meenemen van
personen door het deurblad!
De krachtbegrenzing moet zo worden ingesteld,
dat het meenemen van personen wordt verhin-
derd.
LET OP
De krachtbewaking kan alleen worden
gebruikt voor deuren met veercompensatie.
Omgevingsinvloeden, zoals windbelasting en
temperatuurwijzigingen, kunnen tot een onbe-
doelde activering van de krachtbewaking leiden.
Bij menupunt 48 de openingskrachtbegrenzing op basis van de
ingebouwde motor als volgt instellen:
Motor 9.24/5.24 Invoerwaarde = omw x gewicht / 20kg
Motor 14.15 Invoerwaarde = U x gewicht / 15kg
U = asomwenteling voor volledige deuropening
Gewicht = extra gewicht bij deur
Voorbeeld: Motor 9,24, U=8 omwentelingen voor deuropening.
De uitschakeling moet gebeuren bij 60kg extra.
8 x 60kg / 20kg=24 (invoerwaarde)
De gegevens zijn bij benadering. Voor een meer nauw-
keurige bepaling een krachtmeetbeweging uitvoeren.
De openingsbewegingen worden vergeleken met de vorige bewe-
gingen. Bij overschrijden van de ingestelde waarde stopt de deur
en verschijnt F33 op het LED-display.
De deur kan daarna alleen met dodemansbediening
worden gesloten.
Verhelp de oorzaak van de krachtoverschrijding en open en sluit
en open de deur een keer.

Related product manuals