65
Nederlands
5.3. Voeding
LET OP!
Voordat u aan de installatie begint, controleert u of de voedingsspanning en de nominale
spanning van de camera overeenkomen.
De camera's worden gevoed met 12VDC- of 24VAC-voedingsspanning. De polariteit van de
gelijkspanning hoeft niet in acht te worden genomen!
5.4. Videokabel aanbrengen
Om het HD TVI-videosignaal van de camera naar een recorder te sturen, moet een coaxkabel van het
type RG59 of RG6 met BNC-stekker (male, man) op de aansluiting met de opdruk “TVI” worden
aangesloten. De kabellengte tot het volgende apparaat mag niet groter zijn dan 500 meter (RG6) resp.
300 meter (RG59).
Op de analoge video-uitgang (opdruk “CVBS”) kan een coaxkabel van het type RG59 of RG6 worden
aangesloten. De kabellengte tot het volgende apparaat mag niet langer zijn dan 100 meter.
Voor een optimale kwaliteit van de overdracht van het HF TVI-signaal is het nodig dat de
kabel op geen enkel punt geknikt, geklemd of in een te kleine radius wordt gelegd. (min.
buigradius 6 cm).
Als de kabel beschadigd of door het verouderingsproces poreus is geworden, kan dat ook
gevolgen hebben voor de signaal- of beeldkwaliteit (bijvoorbeeld schaduwvorming om
randen).
5.5. Omschakelaar tussen DWDR aan/uit
Op de printplaat van de cameramodule bevindt
zich een omschakelaar die de DWDR-functie kan
activeren of deactiveren.
De DWDR-functie of iedere andere methode voor
contrastbehandeling kan eveneens via het
schermmenu worden geconfigureerd (lokaal aan
de camera of via de ABUS HD-TVI DVR).