16
Kleine storingen verhelpen
De kookplaat of de kookzone werkt niet:
• dekookplaatisverkeerdophetelektrischnetaangesloten
• dezekeringisgesprongen
• kijknaofdevergrendelingnietisingeschakeld
• detiptoetsenzijnmetwaterofvetbespat
• erstaateenvoorwerpopdetiptoetsen
Het symbool [ U ] licht op:
• erstaatgeenpanopdekookzone
• depanisnietgeschiktvoorinductie
• dediametervandebodemvandepanistekleininvergelijkingmetdekookzone
Het symbool [ E ] licht op:
• Hetelektronischsysteemisontregeld.
• Ontkoppeldekookplaatensluitopnieuwaan.
Een enkele zone of alle zones vallen uit :
• deveiligheidisinwerkinggetreden
• dezetreedtinwerkingwanneeruvergetenbentomeenkookzoneuitteschakelen
• deveiligheidtreedteveneensinwerkingwanneeréénofmeerderetiptoetsenbedektzijn
• eenpanisleegendebodemisoververhit
• dekookplaatbeschikteveneensovereenautomatischeverminderingvanhetvermogenenvan
een automatische uitschakeling bij oververhitting.
De ventilator blijft doorwerken na het uitzetten van de kooktafel:
• ditisgeendefect,deventilatorbeveiligtzodeelektronischeapparatuur
• deventilatorstoptvanzelf.
De bediening van automatisch koken treedt niet in werking:
• dekookzoneisnogwarm[H]
• hetmaximumkookniveaustaataan[9]
Bedieningspaneel geeft [ L ] :
• Ziehoofdstukvergrendeling.
Het symbool [ U ] licht op :
• Ziehoofdstuk“Warmhouden“.
Het symbool [ II ] licht op :
• Ziehoofdstuk“Stop&Go“.