72
1. Selecteer de gewenste zone met de toets of virtuele
zone functie.
2 Druk op de comfort knop ( or or ) en houd
deze ingedrukt gedurende ca. 5 seconden om hem te laten
veranderen. De ingestelde temperatuur en het symbool
voor warmte (
) of koude ( ) of leidingwater ( ) zal
knipperen.
3 Druk op de modus (
) knop om te schakelen tussen
warmte (
), koude ( ) en leidingwater ( ) (afhankelijk
van toegangsniveau).
4 Druk op de omhoog of omlaag knop om de gewenste
temperatuur instelpunt in te stellen voor de geselecteerde
modus. De driehoek icoon (
) boven de ingedrukte
comfort knop (
) zal beginnen te
knipperen.
5 Druk opnieuw op de omhoog of omlaag knop om de
nieuwe gewenste temperatuur in te stellen voor de
volgende instelling.
6 Druk op één van de knoppen "thuis", "nacht", "niet thuis", en
herhaal de stap 4 naar 5.
7 Druk op de ok knop om de veranderingen te bevestigen en
de Comfort verander modus te verlaten.
8 Selecteer zo nodig een andere zone en herhaal stap 1.
Het programmeren van de gebruikersinterface
Instellingen "thuis" "nacht" "niet thuis"
De fabrieksinstellingen worden hierboven getoond
Aanraakoptie Verwarmen Koelen Warm leidingwater
Aanwezig 20° C 24° C 60° C
Afwezig 15° C 28° C 50° C
Slapen 18° C 26° C Niet beschikbaar
Roosterinstellingen
Het schema werkt over 4 verschillende perioden, genoemd
P1, P2, P3, P4. Elke zone heeft zijn eigen schema. Met gebuik
van de master kaart kan men het schema voor sanitair en
het systeem instellen.
De thermostaat heeft vooringestelde instellingen (zie
onder), maar deze kan men veranderen.
Met gebruik van de "virtuele zone" eigenschap (alleen
voor toegangsniveau 3 en master kaart) is het mogelijk de
schema's van alle zones in de installatie te veranderen.
Nederlands
129H84_NL.indd 72 24/07/12 09.09