EasyManua.ls Logo

Dual 491 - Page 17

Dual 491
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
Opmerking
De
toonarm-lift
werkt
onafhankelijk
van
de
start-automaat.
Wanneer
de
lift
in
de
stand
Y
is
geplaatst
en
automatisch
gestart
wordt
gaat
de
arm
naar
de
opzetpositie.
Door
nu
de
lifthandle
aan
te
tippen
zakt
de
naald
op
de
plaat.
De
hoogte
van
de
naald
boven
de
grammofoonplaat
bij
stand
Y
van
de
toonarmlift
kan
worden
gevarieerd
d.m.v.
het
ver-
draaien
van
stelschroef
(9)
binnen
en
bereik
van
ca.
6
mm.
3.
De
grammofoonplaat
opnieuw
van
voren
af
aan
draaien
Zet
de
start/stop-handle
in
de
stand
“start”
4.
Tussentijdse
onderbreking
(pauze)
Breng
de
lifthandle
in
de
stand
Y
.
Naaantippen
van
de
lifthandle
in
de
stand
Y
voor
opnieuw
opzetten
van
de
plaat,
worden
de
laatstgespeelde
groeven
nogmaals
afgespeeld.
5.
Uitschakelen
Plaats
de
toets
‘start/stop’
in
de
stand
"stop"
De
toonarm
gaat
naar
de
steun,
waarna
het
apparaat
zichzelf
uitschakelt.
Opmerking:
Voor
het
afspelen
van
grammofoonplaten
met
af-
wijkende
diameter;
bijv.
oude
25
cm
platen
dient
ment
de
pla-
tenspeler
manuaal
te
bedienen
(Zie
"2.
Bediening
met
de
hand”).
Aan
het
eind
van
de
plaat
wordt
de
toonarm
automatisch
naar
de
steun
teruggevoerd
onafhankelijk
daarvan
of
de
toonarm
met
de
hand
op
de
plaat
is
gezet
of
dat
het
apparaat
automa-
tisch
werd,
gestart,
waarna
het
apparaat
wordt
uitgeschakeld.
Het
is
aantebevelen
de
toonarm
weer
te
vergrendelen
en
de
naaldbeschermer
naar
beneden
te
klappen.
Technische
gegevens
Element
Het
volgende
geldt
alleen,
als
u
een
toonsysteem
wilt
inbouwen.
De
montage
van
een
element
moet
door
de
handelaar
uitgevoerd
worden,
uitgezonderd
systemen
met
een
Dual
bevestiging
(klik-
bevestiging),
waardoor
de
geometrisch
juiste
plaatst
van
de
naaldpunt
automatisch
wordt
ingesteld.
Gebruik
de
aanwezige
toonkophouder
of
laat
het
element
monteren
op
een
extra
houder
TK
24
(Dual
bestelnr.
236
242)
Elk
element
met
een
eigengewicht
van
4,5
10
gram
(incl.
be-
vestigingsmateriaal)
kan
worden
toegepast,
mits
deze
uitgevoerd
is
volgens
de
1/2
inch
norm.
1.
De
systeemhouder
(3)
kan
U
van
de
toonarm
losmaken,
door
de
toonarmgreep
(4)
naar
achteren
te
drukken.
Hierbij
de
systeemhouder
vasthouden,
omdat
deze
anders
valt
2.
Bevestig
het
element
op
de
systeemhouder
en
gebruik
voor
de
plaatsbepaling
de
meegeleverde
hulpstukken.
Er
moet
op
gelet
worden
dat
de
naaldpunt
van
boven
af
bekeken
exakt
in
de
V-vormige
uitsparing
valt.
3.
De
aansluitingen
aan
de
houder
zijn
gekleurd.
De
kleuren-
code
komt
overeen
met
de
aanwijzingen
op
het
element.
Sluit
ze
achtereenvolgens
aan.
4.
De
systeemhouder
wordt
onder
tegen
de
toonkop
aange-
houden
en
door
verdraaien
van
de
toonarmgreep
aan
de
toonarm
bevestigd.
Na
de
montage
wordt
de
hoogte
van
de
arm
boven
de
plaat
(naaldpunt-afstand)
gecontroleerd
(lift-handle
in
de
stand
Y
plaatsen).
Zie
hiertoe
de
punten
"2.
Bediening
met
de
hand”
bladz
17
en
‘Instellen
van
het
opzetpunt”
bladz
19.
18
De
aftastnaald
De
aftastnaald
is
door
het
gebruik
onderhevig
aan
natuurlijke.
slijtage.
Wij
willen
U
daarom
aanbevelen
de
naald
zo
nu
en
dan
te
laten
controleren
bijv.
bij
een
diamantnaald
na
300
speeluren.
Uw
handelaar
zal
dat
kostenloos
voor
U
willen
doen.
Versleten
of
beschadigde
(afgebroken)
naalden
werken
als
een
beitel
in
op
de
groeven
en
vernielen
de
plaat.
Vervang
indien
nodig
de
naald
en
neem
hiervoor
alleen
het
in
de
technische
gegevens
vermelde
naaldtype.
Imitatienaalden
veroorzaken
een
hoorbaar
kwaliteitsverlies
en
verhoogde
plaat-
slijtage.
Denkt
U
er
om,
dat
de
naalddrager
met
de
aftastdiamant
om
fysische
redenen
zeer
broos
is
en
daardoor
zeer
gevoelig
voor
stoten
of
ongecontroleerde
aanraking.
Neem
voor
naaldcon-
trole
bij
de
handelaar
altijd
de
gehele
toonkophouder
van
de
toonarm
(het
uitnemen
van
de
toonkop
is
hiervoor
beschre-
ven
Uitbalanceren
van
de
toonarm
Bij
een
lage
naalddruk
is
een
juiste
balansinstelling
van
de
toon-
arm
bijzonder
belangrijk.
De
toonarm
behoeft
slechts
een
keer
uitgebalanceerd
te
worden,
doch
het
verdient
aanbeveling
de
balans
van
tijd
tot
tijd
te
controleren
De
toonarm
is
dan
uitgebalanceerd,
wanneer
deze
zich
horizon-
tal
in
vrijzwevende
toestand
bevindt
d.w.z.
noch
aan
de
onder-
kant
noch
aan
de
bovenkant
contact
maakt
en
nadat
de
arm
verticaal
in
beweging
wordt
gebracht
deze
automatisch
weer
in
de
horizontale
toestand
terugkomt.
De
toonarm
wordt
globaal
uitgebalanceerd,
door
het
contrage-
wicht
met
doorn
te
verschuiven,
terwijl
de
fijnafstelling
van
de
balans
geschiedt
door
verdraaien
van
het
contragewicht
(6).
1.
Bij
de
nog
op
de
toonarmsteun
vergrendelde
toonarm
het
plateau
met
de
hand
enige
omwentelingen
"met
de
klok
mee!’
draaien.
2.
Naaldkracht
(5)
en
antiskating
(8)
op
"0"
zetten.
Toonarm
ontgrendelen
en
van
steun
nemen.
3.
Wanneer
de
toonarm
geen
horizontale
positie
inneemt,
schroef
(7)
losdraaien
en
het
contragewicht
zodanig
ver-
schuiven,
dat
een
zo
groot
mogelijk
evenwicht
optreedt.
De
doorn
van
het
contragewicht
kan
gearreteerd
worden
door
schroef
weer
vast
te
zetten.
4.
Door
het
contragewicht
te
verdraaien
kan
de
juiste
balans
van
de
toonarm
worden
ingesteld.
5.
Naaldkracht
en
antiskating
instellen.
Instelling
naaldkracht
Elk
systeem
heeft
een
eigen,
juiste
naaldkracht,
waarbij
een
op-
timale
weergave
bereikt
wordt.
Van
het
ingebouwde
systeem
vindt
U
separaat
de
nodige
technische
gegevens.
Is
de
toonarm
exact
uitgebalanceerd
dan
kan
door
het
verdraaien
van
de
naalddrukschaal
(5)
de
voor
het
toonsysteem
benodigde
naalddruk
ingesteld
worden.
De
naalddruk
is
continu
instelbaar
van
0
tot
50
mN
(0
-
5
p),
waarbij
de
cijfers
op
de
schaal
het
volgende
betekenen:
1
=
10mN
4
1p
2
20
mN
2
2p
3
30mN
2
3p
etc.
De
toonarm
werkt
bedrijfszeker
bij
een
naaldkracht
groter
dan
5
mN
(0,5
p).

Related product manuals