12
Vitality Scanner-modus (VS)
De pulserende smulus van de Vitality Scanner maakt het mogelijk om
de vitaliteit van de pulpa pijnvrij te bepalen. De sterkte van de smulus
wordt automasch verhoogd en is aanvankelijk laag om ongemak
te voorkomen. De smulus wordt elektronisch gestabiliseerd om
consistente resultaten te verkrijgen. Sommige paënten kunnen een
licht ongemak ervaren jdens de test.
Nadat een element getest is, blij het responsniveau op het display
staan, wat het noteren van de resultaten makkelijker maakt. Het
apparaat wordt automasch gereset zodat er snel meerdere elementen
getest kunnen worden.
Algemene gebruiksaanwijzing
Iniële instelling
Voordat u de Diagnosc unit voor het eerst gebruikt, voert u de
gewenste instellingen in. U kunt deze op elk willekeurig moment
veranderen.
1. Acveer het apparaat door op de -knop te drukken. Bij acvering
knipperen de LCD-segmenten. Hun congurae is die van de laatst
gebruikte modus.
2. Druk 1 seconde op de knop om het apparaat op volumeregeling
te zeen zoals aangegeven door het knipperende symbol . Regel het
volume met de knoppen
.
3. Als u opnieuw kort op de knop drukt, gaat u naar de
geluidssignaalregeling. Stel het geluidssignaal af op de gewenste
modus met de knoppen .
Een tabel met alle geluidssignaalmodi
volgt op dit gedeelte.
4. Als u opnieuw op de knop drukt, kunt u de helderheid van het
Satellitedisplay afstellen aan de hand van het knipperende cijfer in de
rechterbovenhoek. Gebruik de knoppen om het helderheidsniveau
bij te stellen. N.B. Niveau ‘0’ zet het Satellite-display uit.
5. Na vijf seconden zonder acviteit wordt de instelfunce afgesloten
en is het apparaat klaar voor gebruik.
Geluidssignaalmodi
Het cijfer rechts van het symbool is de geluidssignaalmodus.
Apparaat staat aan Modus 1 Modus 2 Modus 3
netwerkaansluing componenten
VS/AL-modus wijzigen
Akoessche instellingen wijzigen
Baerij bijna op
Oplopende apex-stappen (0,1 mm)
Dicht bij apex (<0,5 mm)
Bij apex
Voorbij apex
Vitaliteit - stroomkring gesloten
Vitaliteit - stroomkring onderbroken
Vitaliteit – toename
(om de 10 stappen)
Vitaliteit – maximum
Apparaat uit
Na 60 seconden zonder acviteit wordt het apparaat uitgezet.
Afstandsdisplay
N.B. Het Satellite-display is niet geschikt voor autoclaveren
Een totaal nieuw Satellite-display wordt bij de Diagnosc unit
meegeleverd. Het display gee een snelle indicae van de afstand
tot de apex in de AL-modus en van het outputniveau in de VS-modus.
Gebruik de bijgeleverde band om het Satellite-display aan een stoel,
het slabbetje van de paënt of een microscoop te bevesgen voor
ergonomische statusbewaking.
Elektriciteitsymbolen
Als het apparaat stroom van een stopcontact of de
componentenhoofdlijnconnector krijgt, verschijnt het symbool
in de rechterbenedenhoek van het display. Als het apparaat op
baerijvoeding werkt, verschijnt het symbool . De Diagnosc
Unit maakt gebruik van een oplaadbare baerij en mag jdens het
opladen worden gebruikt. Naarmate de baerij wordt gebruikt,
geven segmenten van de baerijmeter weer hoeveel baerijvoeding
er nog resteert. Als het laatste segment van de baerijmeter begint
te knipperen, laadt u het apparaat onmiddellijk op door het op
een stopcontact aan te sluiten. Als u dat niet doet, kan dat tot
onnauwkeurige mengen leiden. Om de opmale levensduur van de
baerij te verzekeren moet u vóór elk opladen de baerij volledig
ontladen. Als u de baerij moet vervangen, gebruik dan uitsluitend de
voor dit apparaat bestemde baerij van SybronEndo (973-0305). Dit
apparaat bevat geen andere onderdelen die door de gebruiker kunnen
worden onderhouden.
Apex Locator-modus
Cijferdisplay
Het cijferdisplay gee de afstand tot het foramen apicale weer van
+3,0 mm tot – 0,5 mm in stappen van 0,1 mm. Neem contact op met
uw verkoopvertegenwoordiger voor informae over de nauwkeurigheid
van de meng. Als de Apex Locator zich voorbij 1,5 mm van het foramen
apicale bevindt, zijn de mengen minder betrouwbaar. Als een vijl het
foramen apicale bereikt, gee het cijferdisplay ‘0.0’ weer. Als de vijl
voorbij het foramen schui, gee het display een negaef getal tot
‘-0.5’ weer.
Grasche display
Het display simuleert de beweging van de vijl in de richng van de apex.
De diepte van de vijl wordt op de balk rechts weergegeven. Bij coronale
beweging van de vijl wordt gedurende 15 seconden een weergegeven
op de maximumdiepte die bij de apex is bereikt. Als de vijl het foramen
apicale bereikt, verandert de lege vijl in een gevulde vijl en verschijnt de
zwarte ‘Apex’-balk. Als de vijl voorbij het foramen schui, knippert deze
balk. De vijl moet dan ongeveer 0,5 mm worden teruggetrokken om bij
de constrice te komen. Segmenten van het symbool signaleren dat
u dichter bij de juiste posie komt.
Satellite-display
Het Satellite-display is een getrouwe weergave van het grasche display.
Het lichtje gaat branden als de vijl opschui binnen het kanaal. Elk
segment stelt 0,2 mm voor. Als een vijl zich bijvoorbeeld op 0,4 mm
van het foramen apicale bevindt en opschui tot 0,3 mm, gaat het
corresponderende lichtje zwak branden. Als de vijl 0,2 mm bereikt, is
het lichtje sterk. Bij het bereiken van het foramen brandt het onderste
groene lichtje, dat correspondeert met de ‘Apex’- balk op het grasche
display. Als de vijl voorbij het foramen apicale schui, knipperen de
lichtjes boven- en onderaan op de Satellite afwisselend.
Nadat de vijl het foramen hee bereikt, wordt de vijl 0,5 mm
teruggetrokken tot de constrice, waarna het corresponderende
segment groen wordt.
Gebruiksaanwijzing voor de Apex Locator
N.B. De Apex Locator mag uitsluitend worden gebruikt als een
hulpmiddel bij normale endodonsche procedures. Bij gebruik van
dit apparaat zijn er minder röntgenfoto’s nodig, maar er is een eerste
röntgenfoto vereist om de werklengte te kunnen schaen. Goed klinisch
oordeel, met inbegrip van kennis van de anatomie van het wortelkanaal,
zijn belangrijk bij de interpretae van de resultaten.
1. Pak de stekker van het Satellite-snoer vast bij het geribbelde
gedeelte, breng de rode sppen tegenover elkaar en druk de
stekker voorzichg in het contact aan de voorzijde van het apparaat.
Het snoer mag alleen worden verwijderd door aan het geribbelde
gedeelte van de stekker te trekken.
2. Steek de connector van de paëntleadkabel in het contact van het
Satellite-snoer.
3. Steek de gevorkte sonde of vijlklem in het contact van de
paëntleadkabel.
4. Zet het apparaat aan door op de -knop te drukken.