EasyManua.ls Logo

Elements SybronEndo - Satellite-Display

Elements SybronEndo
65 pages
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
13
5. Controleer of het apparaat ‘apex’ weergee in de
rechterbovenhoek. Dit bevesgt dat het apparaat in de Apex
Locator-modus staat. Wordt ‘apex’ niet weergegeven, druk dan op
de knop om het apparaat in de Apex Locatormodus te zeen.
6. Bevesg de lipklem aan de lip van de paënt. Het is belangrijk dat
de lipklem direct contact maakt met het slijmvlies, anders werkt het
apparaat niet naar behoren.
7. Controleer of het apparaat juist funconeert door de punt van
de sonde contact te laten maken met het tandvlees. U moet een
verandering in het display zien.
8. Laat de gevorkte sonde contact maken met of sluit de vijlklem aan
op een endodonsche vijl die zich in het kanaal bevindt.
9. Als contact gemaakt is, verschijnen het cijferdisplay en de kleine
balk eronder totdat het contact wordt verbroken.
10. Werk apicaal met de vijl totdat het cijferdisplay ‘0.0’ aeest, het
grasche display een ingevulde vijl laat zien en de zwarte ‘apex’-
balk verschijnt. N.B. Het apparaat is gevoelig en reageert op geringe
wijzigingen in de posie van de vijl.
11. Trek de vijl ongeveer 0,5 mm terug om de constrice te bereiken.
Terwijl u dat doet, verschijnen er segmenten van het symbool .
Het complete symbool knippert bij de constrice.
12. Stel de gewenste werklengte in door de posie van de vijlpal bij te
stellen.
13. Als het contact verbroken wordt, verschijnen er twee streepjes in
het cijferdisplay en verdwijnt het vijlsymbool.
Problemen met de Apex Locator oplossen
Ga als volgt te werk om onjuiste mengen te verhelpen:
Zorg dat de lipklem volledig contact maakt met het slijmvlies van
de paënt.
Controleer alle aansluingen.
Controleer of het apparaat automasch wordt ingeschakeld
wanneer een stroomkring wordt gesloten.
Droog het kanaal met een papiers om de nauwkeurigheid te
verbeteren als het volgende optreedt:
Overtollige geleidende vloeistoen vormen een geleidende brug
tussen kanalen of met een metalen reconstruce of kroon.
Andere te controleren probleemgebieden:
Zorg dat de vijl maar net door het uiteinde van het wortelkanaal kan.
Een losziende vijl levert geen nauwkeurige mengen.
Als de apex groter is dan 0,40 mm, is er wellicht onvoldoende
constrice voor een nauwkeurige meng.
Verlies van bot of van het periodontale ligament (aangegeven
door een radiolucente plek op de lm) kan onjuiste mengen
veroorzaken.
Als de baerij bijna op is, sluit u het apparaat aan op een
wandcontactdoos.
Door contact tussen de metalen reconstruce en de vijl of sonde
wordt de stroomkring geaard en wordt de apex onnauwkeurig
aangegeven.
Als het kanaal te droog is, brengt u NaOCl in de apicale hel van het
kanaal in.
Instruces voor de Vitality Scanner-modus (VS)
Cijferdisplay
Vitaliteitsresponswaarden variëren van 1 tot 80. Als jdens het testen
de maximumwaarde van 80 gehaald wordt, knippert het cijferdisplay
totdat het contact verbroken wordt.
Grasche display
Als een stroomkring wordt gesloten, verschijnt een kleine horizontale
balk onder het cijferdisplay totdat de stroomkring wordt verbroken. Een
vercale balk komt overeen met de numerieke responswaarde.
Satellite-display
Het Satellite-display simuleert uw grasche display. Het bovenste
verlichte segment duidt op een gesloten stroomkring.
Gebruiksaanwijzing voor de Vitality Scanner
1. Pak de stekker van het Satellite-snoer vast bij het geribbelde
gedeelte, breng de rode sppen tegenover elkaar en druk de
stekker voorzichg in het contact aan de voorzijde van het apparaat.
Het snoer mag alleen worden verwijderd door aan het geribbelde
gedeelte van de stekker te trekken.
2. Steek de connector van de paëntleadkabel in het contact van het
Satellitesnoer.
3. Bevesg de standaard- of minikroontestsonde in het contact van de
paëntleadkabel.
4. Zet het apparaat aan door op de -knop te drukken.
5. Controleer of het apparaat ‘vitality’ weergee in de
rechterbovenhoek. Dit bevesgt dat het apparaat in de Vitality
Scanner-modus staat. Wordt ‘vitality’ niet weergegeven, druk dan op
de knop om het apparaat in de Vitality Scanner-modus te zeen.
6. Regel de snelheid waarmee de smulus toeneemt met de toetsen
op het paneeltje. Deze snelheid kan jdens het testen worden
bijgeregeld.
7. Bevesg de lipklem aan de lip van de paënt. Het is belangrijk dat
de lipklem direct contact maakt met het slijmvlies, anders werkt het
apparaat niet naar behoren.
8. Droog het te testen element af.
9. Steek de sondep in een kleine hoeveelheid tandgel of een middel
voor plaatselijke verdoving en plaats de p op het element. Maak
geen contact met het tandvlees.
10. Als contact gemaakt is, verschijnt een kleine horizontale balk onder
het cijferdisplay totdat de stroomkring wordt verbroken.
11. Houd de sonde in contact met het element totdat de paënt een
pulserende druk, warmte of nteling waarneemt. Een tabel met
normale reponsen vindt u na dit gedeelte.
12. Als het contact wordt verbroken en binnen 1 seconde hersteld
wordt, wordt de test zonder reset hervat. Deze funce voorkomt
dat het apparaat per ongeluk wordt gereset als er kortstondig
contactverlies optreedt. Het apparaat wordt echter na 1 seconde
zonder contact automasch gereset zodat elementen snel na elkaar
kunnen worden getest.
Testrespons
Het normale testresponsbereik bij vitale elementen is:
incisieven 10-40
bicuspida 20-50
molaren 30-70
Dit zijn geen absolute waarden en zij kunnen van paënt tot paënt
variëren.
Aantekeningen en ps bij gebruik van Vitality Scanner
Het apparaat wordt bij contact tussen de sonde en het element
automasch geacveerd. Dit garandeert dat de paënt
aanvankelijk de laagste output ontvangt.
Begin met het testen van de aan het probleemelement grenzende
tanden om een vergelijkende basis te verkrijgen.
De minikroonsonde kan onder de rand van een porseleinen kroon
testen.
De lagere weerstand van metalen vullingen levert mengen die
aanzienlijk lager zijn dan die bij natuurlijk tandmateriaal.
Problemen met de Vitality Scanner oplossen
Een valse negaeve meng treedt op wanneer een vitaal element niet
reageert op het maximale niveau (80).
Oorzaken zijn onder meer:
vocht op het oppervlak van het element. (valse negaeve
mengen kunnen vaak worden voorkomen door het testelement
af te drogen).
een metalen vulling die contact maakt met periodontaal weefsel.
ernsge verkalking van het pulpaweefsel.
onvolgroeide apices.
ernsg trauma aan het element.
andere omstandigheden die leiden tot verminderde
zenuwrespons.