INSTRUMENTEN EN CONTROLEFUNCTIES
3-6
Brandstof
1. Brandstoftank vulpijp
2. Brandstofniveau
Zorg ervoor dat er genoeg brandstof in de tank zit.
Vul de benzinetank tot de bodem van de vulpijp,
zie afbeelding.
WAARSCHUWING
● Vul de benzinetank niet te vol omdat deze
dan kan overstromen als de benzine
opwarmt en uitzet.
● KNoei geen benzine op het hete motorblok.
LET OP:
Verwijder geknoeide benzine direct met een
schone, droge, zachte doek mdat benzine
mogelijk het geverfde oppervlak of plastic
onderdelen kan beschadigen.
Aanbevolen brandstof:
ALLEEN REGULIERE ONGELOODDE
BENZINDE
Inhoud benzinetank:
4.6 L ± 0.2L