21
Het 'Therapiesysteem VM 9100RM III' is bedoeld voor gebruik in de onderstaand vermelde
elektromagnetische omgeving.
De exploitant dient te waarborgen dat het 'Therapiesysteem VM 9100RM III' in een dergelijke
omgeving wordt gebruikt.
Elektromagnetische omgeving – richtlijnen
Geleide HF-
storingen
conform IEC
61000-4-6
Gestraalde HF-
storingen
conform IEC
61000-4-3
3 Veff
150 kHz tot 80
MHz
3 V/m
80 MHz tot 2.7
GHz
Bij draagbare en mobiele radiografische
apparatuur moet de minimale veiligheidsafstand
tot het Therapiesysteem VM 9100RM III,
inclusief de kabels, worden aangehouden die
wordt berekend aan de hand van de voor de
zendfrequentie van toepassing zijnde
vergelijking.
Aanbevolen veiligheidsafstand:
d= 1,2 m √P voor 80 MHz tot 800 MHz
d= 2,3 m √P voor 800 MHz tot 2,7 GHz
P is het nominale vermogen van de zender in watt
(W) volgens de gegevens van de fabrikant van de
zender en d de aanbevolen veiligheidsafstand in
meters (m).
De veldsterkte van stationaire radiografische
zenders dient bij alle frequenties conform een
onderzoek ter plekke geringer te zin dan het
compliantieniveau.
In de omgeving van apparaten met het volgende
symbool
kunnen storingen optreden.
Opmerking 1: bij 80 MHz en 800 MHz geldt het hogere frequentiebereik.
Opmerking 2: het kan zijn dat deze richtlijnen niet in alle gevallen kunnen worden toegepast. De expansie van
elektromagnetische emissies wordt bepaald door absorptie en reflexie van de gebouwen, voorwerpen en
mensen.
a De veldsterkte van stationaire zenders, zoals bijv. basisstations en radiotelefoons en portofoons,
amateurradio-apparatuur, AM- en FM-radio- en televisiezenders kunnen theoretisch niet exact van tevoren
worden bepaald. Voor de bepaling van de elektromagnetische omgeving m.b.t. tot de stationaire zenders moet
een studie van de elektromagnetische fenomenen ter plekke worden overwogen. Als de gemeten veldsterkte
op de plaats waar het therapiesysteem VM 9100RM III gebruikt wordt, het hierboven beschreven
compliantieniveau overschrijdt, dient het therapiesysteem VM 9100RM III te worden geobserveerd, zodat de
correcte functie kan worden aangetoond. Als ongebruikelijke prestatiekenmerken worden geconstateerd,
kunnen aanvullende maatregelen vereist zijn zoals een veranderde uitlijning of een andere standplaats voor het
therapiesysteem VM 9100RM III.
b Over het frequentiebereik 150 kHz tot 80 MHz dient de veldsterkte minder dan 3 V/m te bedragen.