Tabel 12-1: Probleemoplossingsgids
Fout Mogelijke oorzaak Oplossing
De unit start zonder dat een
klep op een werkstation
geopend wordt.
De PS-kabel is kortgesloten. Koppel de kabel los van de starter en gebruik een
ohmmeter over de leidingen om de fout te zoeken.
Drukschakelaar van
controlelter is geactiveerd.
De controlelter is geblokkeerd. • Schakel de ventilator uit en controleer of het gele
foutindicatorlampje uit gaatr. Indien niet, is de
druksensor kapot of zijn de luchtlijnen geblokkeerd.
• Vervang de controlelter.
• Controleer de hoofdlter op beschadiging.
De Ø 6 mm slangen naar de
drukschakelaar zijn geblokkeerd of
beschadigd.
Reinig of vervang de slangen.
De drukschakelaar en/of lter zijn niet
correct aangesloten.
Controleer de aansluitingen.
De drukschakelaar is te laag ingesteld. Verhoog de instelling (standaard: 4 kPa (0,58 PSI)).
De drukschakelaar is kapot. Vervangen.
Er wordt geen stof verzameld
in de verzamelbak.
De lterreiniging werkt niet. Lees Hoofdstuk 10 Onderhoud.
Onvoldoende stroom op de weg naar de
unit.
Zie 'lage vacuüm- of luchtstroom'.
Lage vacuüm- of luchtstroom. Afzettingen of blokkades in de leidingen op
de weg naar de unit.
• Reinig de leidingen.
• Controleer de transportsnelheid.
Afmetingen van leidingsysteem niet
correct.
Afmetingen van leidingsysteem aanpassen of een extra
afzuigbron toevoegen.
Kleppen in het leidingensysteem werken
niet.
Controleer de kleppen van het leidingsysteem.
De lterreiniging werkt niet of is
onvoldoende.
Controleer de functie van de lterreiniging.
De lterreiniging werkt niet. De persluchtdruk of stroom is te laag. • Pas de druk aan.
• Controleer de afmetingen van de toevoerslang.
Het reinigingscilinder is niet correct
aangesloten.
Controleer de klep en luchtdruk.
De luchtleidingen, klep en/of cilinder zijn
geblokkeerd.
• Reinig of vervang de luchtleidingen, klep en/of cilinder.
• Filter de binnenkomende perslucht.
Het cilinder en/of klep werken niet. Vervang het cilinder en/of klep.
Stof is moeilijk schoon te maken, normale
reiniging werkt niet.
Neem contact op met uw dichtstbijzijnde erkende
distributeur of Nederman voor technisch advies.
Het reinigingsinterval is te kort. Verleng het reinigingsinterval.
De sensor van het
explosiedrukontlastingspaneel
was geactiveerd.
Het explosiedrukontlastingspaneel werd
geopend omwille van een stofexplosie in
de lter.
Volg de procedures voor stofexplosie en brand.
De sensor is niet correct gepositioneerd. Test het en plaats het correct.
De sensor is niet correct aangesloten. Controleer de aansluitingen.
De sensor is kapot. Vervangen.