81
Montage
1. Draai de dopmoer aan beide zijden
2
van het wiel los
om de uitvalbeveiliging
1
te kunnen bewegen.
2. Plaats het wiel in het frame en haak de uitvalbeveili-
ging
1
in het daarvoor bestemde gat (afb. B).
3. Monteer het andere wiel zoals hierboven beschreven
in de vork.
4. Draai de wielmoeren
2
vast volgens de draaimo-
mentgegevens (zie hoofdstuk Draaimomentgege-
vens).
5. Steek eerst een lagerbus
1
op de vork
2
, voordat u
deze van onderen door het frame
3
brengt. Fixeer de
vork met behulp van de tweede lagerbus
1
(afb. C).
Het frame kan voor grotere kinderen omgekeerd wor-
den gebruikt worden. Daardoor verkrijgt het kind
een hogere zitstand.
6. Draai de boutverbinding van de klembeugel los
3
en
steek deze op de vork (afb. D).
7. Schuif de afdekking van de boutverbinding
2
over
het stuur
1
, leidt deze door de vorkbuis en trek de
klembout
3
volgens draaimomentgegevens vast.
Schuif daarna de afdekking
2
over de boutverbinding
(afb. D).
8. Draai de boutverbinding los van de framebeugel
3
.
Schuif de afdekking van de boutverbinding
1
over de
zadelpen
2
, leid deze door het frame en trek de
framebeugel
3
volgens de draaimomentgegevens
vast. Schuif daarna de afdekking
1
over de boutver-
binding (afb. E).
MONTAGE
WAARSCHUWING
ATTENTIE
• Stuur- en zadelpen mogen uiterlijk tot de maximale markering worden uit-
getrokken! De markering van de minimale insteekdiepte mag niet zicht-
baar zijn! Gevaar voor schade en ongevallen! - Als u zich hier niet aan
houdt, komt de garantie te vervallen!
B
1
2
C
1
1
2
3
D
1
2
3
E
1
2
3
BDA_2026_2048_DE_GB_F_I_NL_PL_HU_RO.indd 81 17.03.2015 10:09:47