www.scheppach.com
80
|
NL
• -
paraten zoals fornuizen, boilers, waterkokers enz.
bewaren, morsen of gebruiken die een waakvlam
hebben of vonken genereren.
• Licht ontvlambare voorwerpen en substanties uit de
buurt van de geluiddemper houden (ten minste 2 m).
• Gebruik de motor niet zonder geluiddemper en
zorg dat de motor regelmatig wordt gecontroleerd,
gereinigd en zo nodig wordt vervangen.
• Gebruik de motor niet op terreinen met bos, strui-
ken of gras gebruiken zonder dat de uitlaat is voor-
zien van een vonkenvanger.
• -
zonder deksel over de aanzuigsteunen.
• Geen aanpassingen aanbrengen aan de veren
van de besturing, de stangen van de besturing of
andere onderdelen die het motortoerental kunnen
verhogen.
• Gevaar voor brandwonden! Raak geen hete geluid-
dempers, cilinders of koelribben aan.
• Plaats uw handen of voeten nooit in de buurt van
bewegende of roterende onderdelen.
•
gesloten ruimtes worden gebruikt.
•
6.11 Veiligheidsvoorzieningen
-
ker te beschermen en mogen niet buiten werking
6.11.1 Overdrukklep
• Wanneer het handspuitpistool gesloten is, gaat de
overdrukklep open en brengt de hogedrukpomp het
voorkomt dat de toegestane werkdruk wordt over-
schreden.
• De overdrukklep is af fabriek ingesteld en verze-
geld. Instellingen kunnen uitsluitend door de klan-
tenservice worden uitgevoerd.
6.11.2 Thermische klep
• De thermische klep beschermt de hogedrukpomp
tegen ontoelaatbare verwarming in de circulatie-
modus wanneer het handspuitpistool gesloten is.
•
watertemperatuur van 55 - 60 °C en voert het hete
water af naar buiten.
6.12 Restrisico’s
m VOORZICHTIG
Ondanks het gebruik volgens de voorschriften kun-
nen niet voor de hand liggende restrisico’s niet volle-
dig worden uitgesloten.
• -
water.
6.6 Transport
m GEVAAR
•
worden uitgeschakeld, de bougiestekker worden
-
tigd.
6.7 Onderhoud
m GEVAAR
• Voor het reinigen en onderhouden van het appa-
raat en het vervangen van onderdelen moet het
apparaat worden uitgeschakeld.
• Voorafgaand aan de werkzaamheden aan het ap-
-
teem eerst drukloos worden gemaakt.
•
• Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door
erkende servicecentra of door specialisten op dit
-
heidsvoorschriften.
6.8 Accessoires en reserveonderdelen
m GEVAAR
• Om gevaar te voorkomen, mogen reparaties en het
inbouwen van reserveonderdelen alleen worden
uitgevoerd door een geautoriseerde klantendienst.
• Er mogen uitsluitend door de fabrikant goedge-
keurde accessoires en reserveonderdelen worden
gebruikt. Uitsluitend het gebruik van originele ac-
cessoires en originele reserveonderdelen garan-
deren een veilige en probleemloze werking van het
apparaat.
6.9 Warmwater- en benzinemotorapparaten
m GEVAAR
• Alleen de in de gebruikshandleiding vermelde
• -
toren moet u ervoor zorgen dat er geen brandstof
op hete oppervlakken terechtkomt.
•
de gebruikshandleiding van apparaten met benzi-
nemotoren in acht.
• Als het apparaat in ruimtes wordt gebruikt, moet
voor voldoende ventilatie en afvoer van uitlaatgas-
sen worden gezorgd. (Gevaar voor vergiftiging)
•
m WAARSCHUWING
• Gevaar voor brandwonden! Buig niet voorover bo-
ven de uitlaatopening en raak deze niet aan.
6.10 Omgang met brandstof
m GEVAAR
• Gebruik de hogedrukreiniger niet als er brandstof
is gemorst, maar verplaats het apparaat naar een
andere plaats en voorkom vonkvorming.