32
VEILIGHEID TIJDENS HET TESTEN VAN EEN
VOERTUIG
● Voer autotesten altijd uit in een veilige omgeving.
● Probeer de scanner niet te bedienen of te observeren terwijl je een voertuig bestuurt. Het
bedienen of observeren van de scanner leidt tot aeiding van de bestuurder en kan een dodelijk
ongeval veroorzaken.
● Draag oogbescherming.
● Houd kleding, haar, handen, gereedschap, testapparatuur etc. uit de buurt van alle bewegende
of hete motoronderdelen.
● Gebruik het voertuig in een goed geventileerde werkruimte. Uitlaatgassen zijn giftig.
● Plaats blokken voor de aangedreven wielen en laat het voertuig tijdens het testen nooit
onbeheerd achter.
● Wees uiterst voorzichtig bij het werken in de buurt van de bobine, verdelerkap,
ontstekingskabels en bougies. Deze componenten creëren gevaarlijke spanningen wanneer de
motor draait.
● Zet de transmissie in PARK (voor automatische transmissie) of NEUTRAAL (voor handgeschakelde
versnellingsbak) en controleer of de parkeerrem is ingeschakeld.
● Houd een brandblusser die geschikt is voor benzine/chemische/elektrische branden in de buurt.