64
INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK EN ONDERHOUD - JB / JD
Type
kopp.
08 S
10 S
10 SS
11 S
14 S
Max.
snelh.
(t/min)
Continu
bedrijf
Interm.
bedrijf
4500
4000
4000
3500
2800
17
31
31
48
94
2
30
30
62
121
Max. koppel dNm
fig. 27
halfkopp.
halfkopp.
elastomeer
Type
kopp.
C
mm
(b-a)
mm
Koppel
N m
J4
0,25 1,1 10
J5
0,4 1,4 20
S6
0,4 1,8 40
S7
0,5 2,1 70
fig. 28
elastomeer
Type kopp. Max. koppel rpm
14
15 4800
20
25 4400
27
40 4100
40
60 3500
55
80 3300
88
110 3000
110
150 2700
145
190 2500
180
240 2200
250
300 2150
330
400 2000
12.10 Vervanging pluggen TWIN-DISC koppeling (Serie RBD)
- Verwijder de pomp uit zijn zitting.
- Verwijder de versleten pluggen en vervang ze met nieuwe.
- Controleer de slijtage van de aluminium flens.
- Koppel de pomp aan de motor.
- Max. fout in de uitlijning: 0,7 mm.
- Bij het bestellen van de pluggen, moet de diameter van de as en het type koppeling
aangeduid worden.
12.11 Vervanging elastomeer SURE-FLEX koppeling (fig. 27)
- Draai de bevestigende schroeven los aan de basis van de pomp of van de motor en
verwijder de twee halfkoppelingen
- Verwijder de versleten elastomeer en vervang met een nieuwe. In geval van
elastomeer in twee stukken (type S) moet de stalen ring vrij kunnen bewegen in een
van de twee groeven naast de tanden.
- Plaats de pomp naast de motor en steek de tanden van de halfkoppeling in de
elastomeer.
- Compacteer de koppeling en laat een axiale speling van max. 2 mm voor koppelingen
van het type J en max. 3 mm voor de koppelingen type S.
- Controleer de radiale en hoekige uitlijning op de volgende wijze:
- Radiaal: (fig. 27) met een lat, die op het externe oppervlak van de halfkoppelingen en
in minstens vier punten van de omtrek moet worden gelegd, moet de maximale uitlijning
(waarde C) gemeten worden. Breng weer zo dicht mogelijk bij nul (zie tabel).
- Hoekig: (fig. 27) meet met behulp van een kaliber in minstens vier punten de afstand
tussen de twee halfkoppelingen en breng de variatie (b-a) zoveel mogelijk bij nul (zie
tabel).
- Draai de bevestigende schroeven vast aan de basis van de pomp of van de motor.
- Om vervangingsonderdelen te bestellen moet het type koppeling (aan de binnenzijde
van de halfkoppelingen gedrukt) en de diameter van de as aangeduid worden.
12.12 Vervanging elastomeer GBF koppeling (fig. 28)
- Draai de bevestigende schroeven los aan de basis van de pomp of van de motor en
verwijder de twee halfkoppelingen.
- Verwijder de versleten pluggen en vervang ze met nieuwe. Bevestig ze in hun
zittingmet een beetje lijm.
- Breng de pomp bij de motor tot de koppeling volledig kan gesloten worden en trek
vervolgens 2 - 3 mm achteruit om de halfkoppelingen te verwijderen.
- Draai de bevestigende schroeven vast aan de basis van de pomp of van de motor.
- Bij het bestellen van de pluggen, moet de diameter van de as en het type koppeling
aangeduid worden
.
13 SLECHTE WERKING: OORZAKEN EN OPLOSSINGEN
Opgepast: alvorens de mogelijke oorzaken van de slechte werking te
onderzoeken, moet men nagaan of de controle-instrumenten (de vacuümmeter,
de toerenteller, de debietmeter, enz.) correct werken.
13.1 De pomp gaat niet in gang
1 Het pomplichaam is leeg of niet vol genoeg
vul het pomplichaam via de vulopening (fig. 17)
2 Overmatige verhitting van de vloeistof in het pomplichaam
voeg koude vloeistof in het pomplichaam via de vulopening (fig. 17)
3 Mogelijke luchtinfiltratie in de koppelingen of aanwezigheid van barsten in
de aanzuigleidingen
controleer of de koppelingen aangespannen zijn en inspecteer de aanzuigleiding
4 De toevoerleiding staat onder druk
ontlucht de toevoerleiding
5 Het toerental van de pomp is laag
verhoog het toerental enkel na controle van de contractuele gegevens en de
kenmerkende curves van de pomp
6 De rotor kan versleten of kapot zijn
controleer via het kijkgat de staat van de rotor of demonteer het pomplichaam
zoals beschreven in paragraaf 12.2;
7 De tand voor inschakeling kan versleten zijn
demonteer het pomplichaam, zoals aangeduid in paragraaf 12.2. Voer een herstelling
van de las uit, die daarna geprofileerd moet worden. Als de tand voor inschakeling erg
versleten is, moet men het huis vervangen.
8 De eventuele aanzuigfilter kan verstopt zijn
verwijder het vuil
9 De aanzuighoogte is te hoog
verminder de hoogte voor aanzuigen
10 Er komt lucht via de dichting naar binnen
demonteer de dichting en maak schoon (zie paragr. 12.5); indien de slechte werking
niet verdwijnt, moet men de dichting vervangen
11 Rotor verstopt door vreemde voorwerpen
demonteer het huis en verwijder de vreemde voorwerpen.