Opname
21
Opname
Configureren
Open het hoofdmenu en klik op Instellingen en
vervolgens Opnemen:
Algemene instellingen
In het scherm Algemeen zijn de volgende instellingen
beschikbaar:
Camera die moet worden ingesteld
Stream 1: eigenschapen van de
continu-opname
Stream 2: eigenschapen van de
opname op gebeurtenis
Stream 3: eigenschapen van de
netwerktransmissie
In het algemeen geldt: hoe hoger de
bitrate, hoe groter de benodigde
opslagcapaciteit!
Variabel:
Statisch beeld - lage bitrate
Dynamisch beeld - hoge bitrate
Constant:
Gelijkblijvende bitrate (met maximale
bitrate)
Verschillende kwaliteitsniveaus
+: lage kwaliteit
++++++: hoge kwaliteit
Aantal beelden dat per seconde wordt
opgeslagen. Het maximale aantal
hangt af van de ingestelde
opnameresolutie.
Bepaald de maximale bitrate bij het
bitratetype = constant
Tijd in seconden die vóór een
alarm wordt opgeslagen
Tijd in seconden die na een alarm
wordt opgeslagen
Tijd in dagen waarna een opname
om 00:00 automatisch wordt
gewist. De gebeurtenis wordt in het
logbestand opgeslagen.
Waarde 0: opnamen worden niet
automatisch gewist
Gekozen instellingen kopiëren
naar andere camera's (alles of
geselecteerde)
1. Selecteer de camera's
2. Kies een stream waarvoor u de eigenschappen wilt
vastleggen
Stream 1 (continu)
Stream 2 (gebeurtenis) resp.
Stream 3 (netwerk).
3. Leg de opnameparameters vast voor de gekozen
stream, zie tabel.
4. Kies bij Meer instellingen de duur voor vooralarm,
na-alarm etc.
• Kies bij Kopiëren naar op weke camera's u de
instellingen wilt kopiëren en bevestig met Kopiëren.
Geavanceerde instellingen
Op de tab geavanceerd legt u vast of oudere opnamen
moeten worden overschreven wanneer de harde schijf
vol is.
Tijdschema
Door middel van het tijdschema worden de opnametijden
resp. de "triggers" (opnametype) voor de camera's
ingesteld. Kik op de tab Tijdschema: