188 189
Ondersteuningsniveau instellen
Op de boordcomputer kunt u instellen hoe sterk
de e-bike-aandrijving moet helpen bij het trappen.
Het ondersteuningsniveau kan te allen tijde - ook
tijdens de rit - worden veranderd.
Het kan zijn dat bij afzonderlijke uitvoe-
ringen het ondersteuningsniveau vooraf
is ingesteld en niet veranderd kan wor-
den. Het is ook mogelijk dat u de keuze
heeft tussen minder ondersteuningsni-
veaus dan hier aangegeven.
De volgende ondersteuningsniveaus staan maxi-
maal ter beschikking:
• «OFF»: De motorondersteuning is uitgescha-
keld. De e-bike kan zoals een normale ets
alleen door te trappen worden voortbewogen.
De duwhulp kan op dit ondersteuningsniveau
niet worden geactiveerd.
• «ECO»: doeltreffende ondersteuning bij maxi-
male ef ciëntie voor maximale actieradius
• «TOUR»: gelijkmatige ondersteuning, voor
etstochten met grote actieradius
• «SPORT»: krachtige ondersteuning, voor
sportief rijden op bergachtige trajecten en in
het stadsverkeer
• «TURBO»: maximale ondersteuning zelfs bij
hoge trapfrequenties, voor sportief rijden
Om het ondersteuningsniveau te verhogen drukt
u kort
op de toets «+» 6 op de boordcomputer
zo vaak tot het gewenste ondersteuningsniveau
in de weergave i verschijnt; om het te verlagen
drukt u kort
op de toets «–» 5.
Fietsverlichting in-/uitschakelen
In de uitvoering, waarbij het etslicht wordt ge-
voed door de e-bike, kunnen het voor- en achter-
licht gelijktijdig worden ingeschakeld door
op
de toets «+» te drukken. Druk lang
op de toets
«+» om de etsverlichting uit te schakelen.
Bij ingeschakeld licht wordt het verlichtingssym-
bool h weergegeven.
Het in- en uitschakelen van de etsverlichting
heeft geen invloed op de achtergrondverlichting
van het display.
Weergaven en instellingen van de
boordcomputer
snelheids- en afstandsweergaven
In de tachometerweergave a wordt steeds de
actuele snelheid aangegeven.
In de weergave i wordt standaardmatig steeds
de laatste instelling aangegeven. Door herhaal-
delijk middellang
op de toets «–» te drukken
verschijnen na elkaar het traject «TRIP», het to-
tale aantal gereden kilometers «TOTAL» en de
actieradius van de accu «RANGE». (Door kort
op de toets «–» te drukken, wordt het ondersteu-
ningsniveau verlaagd!)
Druk tegelijkertijd lang
op de toetsen «+» en
«–» om het traject «TRIP» terug te zetten. Op
het display verschijnt eerst «RESET». Wanneer
u verder op beide toetsen drukt, wordt het traject
«TRIP» op «0» gezet.
U kunt de weergegeven waarden omrekenen van
kilometers naar mijlen door
de toets «–» inge-
drukt te houden en kort
op de aan-uit-toets 1
te drukken.
Voor onderhoudsdoeleinden kunnen de versies
van de deelsystemen worden opgevraagd. Druk
bij uitgeschakeld systeem tegelijkertijd op de
toetsen «–» en «+» en druk vervolgens op de
aan-uit-toets 1.
De USB-bus is voorbehouden voor het aansluiten
van diagnosesystemen. De USB-bus heeft geen
verdere functie.
De USB-aansluiting moet met de be-
schermkap 8 steeds compleet zijn
gesloten.
Actie Toetsen Duur
Boordcomputer inschakelen
willekeurig
Boordcomputer uitschakelen
willekeurig
Ondersteuning verhogen +
Ondersteuning verminderen –
Weergave «TRIP», «TO-
TAL», «RANGE»,
Ondersteuningsmodi
–
Fietsverlichting inschakelen +
Fietsverlichting uitschakelen +
Traject terugzetten – +
Duwhulp activeren
Duwhulp uitvoeren
WALK
+
1.
2. willekeurig
Overgaan van kilometers
op mijlen
– 1. houden
2.
Versionsstände abfragen
1) 2)
+ 1. houden
2.
1) Het e-bike-systeem moet zijn uitgeschakeld.
2) De informaties verschijnen als lopende tekst.