EasyManua.ls Logo

Flyer Tour - Page 210

Flyer Tour
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
208 209
Bij terugtrapremmen
moet u de schroefverbin
-
ding van de remarm aan
de achterbrug openen.
1. Wiel demonteren
Wanneer uw FLYER beschikt over snelspan
-
ners of steekassen, opent u deze.
Als uw FLYER over zeskant-moeren beschikt,
maakt u die los met een geschikte steeksleutel
door naar links te draaien.
Het voorwiel kunt u na de hierboven aangegeven
stappen demonteren.
Voor achterwielen geldt:
Als uw FLYER over een kettingversnelling be
-
schikt, schakelt u deze op de kleinste rondsel.
De achterderailleur belemmert in deze stand
de demontage het minst.
Wanneer uw FLYER beschikt over snelspan
-
ners of steekassen, opent u deze.
Als uw ets over zeskant-moeren beschikt,
maakt u die los met een geschikte steeksleutel
door naar links te draaien.
Trek de achterderailleur iets naar achteren.
Til de ets iets op.
Geef het wiel van boven een lichte slag met de
vlakke hand.
Trek het wiel uit het frame.
Als uw FLYER over een naafversnelling beschikt,
moet u voor de demontage van de versnelling de
handleidingen van de fabrikant lezen.
Ventieltypes van binnenbanden
2. Buiten- en binnenbanden demonteren
Schroef de ventieldop, bevestigingsmoer en
evt. de bovenmoer uit het ventiel.
Laat de resterende lucht uit de binnenband
ontsnappen.
Plaats de bandenlichter tegenover het ventiel
aan de binnenrand van de band.
Schuif de tweede bandenlichter ca. 10 cm
van de eerste tussen velg en band. Duw de
Autoventiel
zijkanten van de band over de velgrand.
Duw de band zo vaak over de velg totdat de
band over de hele omtrek los zit.
Haal de binnenband uit de buitenband.
3. Binnenband verwisselen
Verwissel de binnenband.
Binnenbanden en binnenbandloze ban-
den moeten vervangen worden volgens
de instructies van de wiel- of
velgfabrikant.
4. Buiten- en binnenbanden monteren
Voorkom dat vreemde deeltjes aan de
binnenkant van de buitenband terecht
-
komen. Zorg ervoor dat de binnenband
zonder vouwen is en niet gedraaid is.
Verzeker u ervan dat de velglint alle
spaaknippels bedekt en geen beschadi
-
gingen heeft.
Zet de velg met een rand in de band.
Duw een zijkant van de band helemaal in de velg.
Steek het ventiel door het ventielgat in de velg
en leg de binnenband in de buitenband.
Schuif de tweede zijkant van de buitenband
met de bal van de hand over de velgrand.
Controleer of de binnenband goed zit.
Pomp daartoe de binnenband iets op.
Controleer of de band goed zit en rond loopt
aan de hand van de controlering aan de zijkant
van de band. Corrigeer de positie van de band
met de hand als deze niet rond loopt.
Pomp de binnenband op tot de aanbevolen
bandenspanning is bereikt.
Let bij het monteren op de looprichting
van de band.
6. Wiel monteren
Bevestig het wiel met de snelspanner resp. de
draadas of de steekas veilig aan het frame of de vork.
Als uw ets over een schijfrem beschikt,
moet u zich ervan verzekeren dat de
remschijven correct tussen de remblok
-
jes zitten!
Bron: Shimano
®
techdocs
* zie “Technische gegevens”

Table of Contents

Related product manuals