EN
SV
DA
NO
FI
DE
FR
ES
IT
PT
NL
RU
PL
HU
CS
RO
SK
HR
ET
LT
LV
SL
BG
TR
UK
NEDERLANDS
171
1. Kies vanaf het scherm [Date/Time Setup] de datum.
a. Kies met [dd] op het scherm de dag. Druk op de
bevestigingsknop.
b. Kies met [mm] op het scherm de maand. Druk
op de bevestigingsknop.
c. Kies met [yy] op het scherm het jaar. Druk op de
bevestigingsknop.
2. Kies de tijd.
a. Kies met [--] op het scherm het uur. Druk op de
bevestigingsknop.
b. Kies met [:--] op het scherm de minuten. Druk
op de bevestigingsknop.
3. Druk op de bevestigingsknop.
MAAIZONES
MAAIZONE A
■ Maaizone A heeft een standaard maai-indeling. Het
gazon is vrij van obstakels.
■ De robotgazonmaaier kan ongehinderd van het ene
punt naar een andere bewegen.
■ Leg de draad 45 cm van de rand van de begrenzing.
MAAIZONE B
■ Maaizone B heeft een standaard maai-indeling, met
obstakels.
■ Het gazon heeft dezelfde omvang als maaizone
Zone
A, maar gebruikt 50% meer draden vanwege
het aantal obstakels.
■ Parallelle draden naar en vanaf elk obstakel
moeten een tussenruimte van minder dan 5 cm per
drad hebben.
■ De tussenruimte tussen een obstakel en de
begrenzing moet minimaal 90 cm zijn.
■ De tussenruimte tussen elk obstakel moet minimaal
90 cm zijn.
■ Leg de draad 45 cm van de rand van de obstakels.
■ Leg de draad 45 cm van de rand van de begrenzing.
MAAIZONE C
■ Maaizone C heeft een L-vormige maai-indeling, met
obstakels.
■ Parallelle draden naar en vanaf elk obstakel
moeten een tussenruimte van minder dan 5 cm per
drad hebben.
■ De tussenruimte tussen een obstakel en de
begrenzing moet minimaal 90 cm zijn.
■ De tussenruimte tussen elk obstakel moet minimaal
90 cm zijn.
■ Leg de draad 45 cm van de rand van de obstakels.
■ Leg de draad 45 cm van de rand van de begrenzing.
MAAIZONE D
■ Maaizone D heeft een U-vormige maai-indeling,
met obstakels.
■ De twee zijden van het gazon zijn door een nauwe
doorgang verbonden.
■ De nauwe doorgang moet een breedte van
minimaal 90 cm hebben.
■ Leg de draad 45 cm van de rand van de begrenzing.
MAAIZONE E
■ Maaizone E heeft een onregelmatig gevormde
gazonindeling, met een nauwe doorgang ertussen.
■ Het gazon heeft obstakels, maar heeft een open
begrenzing (geen obstakels rond randen).
■ Parallelle draden naar en vanaf elk obstakel
moeten een tussenruimte van minder dan 5 cm per
drad hebben.
■ De tussenruimte tussen een obstakel en de
begrenzing moet minimaal 90 cm zijn.
■ De tussenruimte tussen elk obstakel moet minimaal
90 cm zijn.
■ Leg de draad 45 cm van de rand van de obstakels.
■ Leg de draad 45 cm van het huis.
■ Leg de draad 10 cm van de open begrenzing of
enige vlakke straatstenen rond het huis.
MAAIZONE F
■ Maaizone F heeft gescheiden gazonnen, met een
nauwe doorgang ertussen.
■ Beide gazonnen zijn vrij van obstakels.
■ De nauwe doorgang moet een breedte van
minimaal 90 cm hebben.
■ Leg de draad 45 cm van de rand van de obstakels.
■ Leg de draad 45 cm van de rand van de begrenzing.
MAAIZONE G
■ Maaizone G heeft gescheiden gazonnen (gazon A
en gazon B).
■ De gazonnen zijn gescheiden, met een obstakel
ertussenin, maar met parallelle draden die gazon
A
met gazon B verbinden.
■ Leg de draad 45 cm van de rand van de obstakels.
■ Leg de draad 45 cm van de rand van de begrenzing.
■ De parallelle moeten in een veilige locatie en vrij
van verstoringen gelegd worden.
■ Het dockingstation is in gazon A geplaatst. Om gazon
B te maaien wordt de maaier van gazon
A naar B
gedragen. In gazon B, loopt de robotgazonmaaier
voor de vereiste tijd in de handmatige modus om de
taak te voltooien. Zodra gazon B voltooid is wordt
de robotgazonmaaier terug naar gazon A gedragen.