EN
SV
DA
NO
FI
DE
FR
ES
IT
PT
NL
RU
PL
HU
CS
RO
SK
HR
ET
LT
LV
SL
BG
TR
UK
NEDERLANDS
169
● [Nee]: Selecteer een andere modus.
OPMERKING: Als de trimactiviteit tegelijkertijd met
maaiactiviteit volgens schema wordt ingeschakeld,
wordt de trimactiviteit uitgevoerd aan het begin
van een geplande maaiactiviteit. De geplande
maaiactiviteit wordt uitgevoerd na de geplande
trimactiviteit.
OPMERKING: Als de trimactiviteit voor
een bepaalde dag is ingesteld en er geen
maaiactiviteit volgens schema is ingesteld,
wordt de trimactiviteit op die dag om 11.00
uur ingeschakeld. De tijd voor trimactiviteit
zonder geplande maaiactiviteit kan niet worden
geconfi gureerd.
2. Sluit de afdekking van het bedieningspaneel om
verder te gaan. Het product begint gras te maaien
volgens een vastgesteld maaischema.
HANDMATIG
n de handmatige modus kan een
maaiactiviteit doorlopend, 24/7 worden uitgevoerd.
1. Voer één van het volgende uit:
● [Continu]: De maaier zal continu maaien
totdat de gebruiker op de stopknop drukt, de
maaier in een foutstatus gaat of de maaier
wordt gepauzeerd via de app. Druk op de
bevestigingsknop om door te gaan.
● [Tot schema]: De maaier zal continu maaien tot
een ingesteld maaischema overneemt. Druk op
de bevestigingsknop om door te gaan.
2.
Start het product op. Sluit de afdekking van het
bedieningspaneel om verder te gaan. Het product
begint te maaien in een willekeurig patroon.
BUITENRAND TRIMMEN
De perimeter trimfunctie voert zijn snijactiviteit uit
in de nabijheid van de begrenzingskabels. Na de
randafwerking gaat de maaier terug naar het laadstation
of gaat verder met de ingestelde snijmodus.
1. Voer één van het volgende uit:
● [Ja]: Bevestig de modus Buitenrand trimmen.
● [Nee]: Selecteer een andere modus.
OPMERKING: Als er een maaischema is ingesteld
en actief wordt na de randafwerking door de
trimmer, blijft de maaier werken zoals gepland.
Als de snijmodus is ingesteld op handmatig na het
trimmen van de randen, dan zal de maaier de werking
hervatten nadat de gebruiker op de bevestigingsknop
heeft gedrukt.
2. Start het product op. Sluit de afdekking van het
bedieningspaneel om verder te gaan. Het product
begint binnen de ingestelde buitenrand gras te
maaien.
EEN SCHEMA PLANNEN
Gebruik het schema om de dag en tijd voor het maaien
in te stellen.
1. Kies de dag en druk vervolgens op de
bevestigingsknop.
2. Kies de tijd.
a. Geef de starttijd aan.
b. Druk op de bevestigingsknop om de starttijd in
te stellen.
c. Geef de eindtijd aan.
d. Druk op de bevestigingsknop om de eindtijd in
te stellen.
e. Druk met [Opslaan en doorgaan] op het scherm
op de bevestigingsknop om verder te gaan.
OPMERKING: Selecteer [Kopiëren] om hetzelfde
schema op andere dagen toe te passen. Selecteer
de dag die hetzelfde schema moet krijgen. Herhaal
de stap om hetzelfde schema op andere dagen toe
te passen.
3. Voltooi de instellingen op het scherm voor het
dagelijkse schema.
● [Bewerken]: Bewerk het getoonde schema.
● [AAN], [UIT]: Activeer of deactiveer de
maaiactie.
Druk met [Bevestigen] op het scherm op de
bevestigingsknop om het schema op te slaan.
4.
Er verschijnt een overzicht van uw schema. Druk op
de bevestigingsknop om de instellingen op te slaan.
OPMERKING: Een balk bovenin geeft een
maaiactie op een bepaald schema aan.
HET PRODUCT CONFIGUREREN
Kies [
] om de volgende instellingen te confi gureren:
● Maaiparameters
● Geavanceerde instellingen
● Testrun buitenrand
MAAIP
ARAMETERS
1. Kies vanuit het scherm [Instellingen] voor
[Maaiparameters]. Er verschijnt een lijst met maai-
instellingen.
2. Werk de volgende maai-instellingen bij:
● [Maaihoogte]: Bepaalt de afstand tussen
de maaischijf en het genivelleerde
bodemoppervlak. De instelling voor de
snijhoogte is van H1 (20 mm) tot H9 (60 mm) in
stappen van 5 mm.
● [Dockingrichting]: Bepaalt de richting van de
maaier bij het koppelen aan het laadstation.
● [Afstand over-draad-rijden]: Bepaalt de afstand
die de maaier over de begrenzingskabel kan
rijden.
● [Achtruitrijdafstand]: Stelt in hoever de maaier