229
NEDERLANDS
Duikplanner
IV Duikplanner
PLn: De XP10 is uitgerust met een duikplanner waarmee u geen-decompressieduiken kunt plannen.
De planning wordt
gebaseerd op: • het ingestelde zuurstofpercentage en de MOD
• de watertemperatuur van de meest recente duik
• eventuele bergmeerinstellingen
• de stikstofverzadiging op het moment dat de duikplanner geactiveerd wordt.
• een gemiddeld inspanningsniveau en de veronderstelling dat de duiker zich aan
de voorgeschreven stijgsnelheid houdt
1 Het plannen van een geen-decompressieduik
De XP10 moet in de gebruiksstand staan (het tijdsdisplay). Druk op of totdat het symbool
voor de duikplanner PLn verschijnt.
De waarschuwing ‘niet
duiken’ en de duur ervan
worden weergegeven
zodra de XP10 vanwege de
ophoping van microbellen
een verhoogd risico heeft
geconstateerd.
Open de duikplanner met
.
Het venster waar u de interval kunt invoeren,
wordt weergegeven als er sprake was van
resterende desaturatietijd (DESAT) voordat
de duikplanner werd geselecteerd. Deze
oppervlakte-interval tussen nu en het begin van
de duik kan in stappen van 15 minuten worden
gewijzigd met
en . XP10 geeft de
waarde van het CNS O
2
% en de hoogtesectie
aan waar u aan het eind van de geselecteerde
oppervlakte-interval binnen moet blijven.
Als de waarschuwing ‘niet duiken’ en de duur ervan worden
weergegeven, stelt de XP10 deze tijd, naar boven afgerond op 15 minuten,
voor als oppervlakte-interval. Als de voorgestelde interval korter blijkt te zijn,
verschijnt de waarschuwing ‘niet duiken’.
Bevestig met
de gekozen oppervlakte-interval (indien van toepassing).
Met
en kiest u de diepte waarvan u de geen-decompressielimiet
wilt weten.
Dieptes groter dan de MOD voor het ingestelde gasmengsel worden niet
getoond.
Op pagina 227 vindt u meer informatie en veiligheidsoverwegingen m.b.t. de waarschuwing ‘niet duiken’.
Ingave van de
oppervlakte-interval
/