25
NL
Figuur 19 - Uitlijning controleren en zadelklem aandraaien.
7. Controleer of het zadel y kan draaien of op en neer kan bewegen.
4
Als het zadel nog kan bewegen staat de snelspanner 8 niet strak genoeg afgesteld.
8. Stapvoorzichgopdee-bikeengaophetzadelyzien.
9. Zet de pedaal es in de onderste stand en plaats uw hak op de pedaal.
4
Als u uw been volledig moet strekken om de pedalen in de onderste stand te raken, staat uw
zadel te hoog.
4
Als u met beide voeten plat op de grond kunt staan, staat uw zadel te laag afgesteld.
6
VOORZICHTIG
Ҍ Eenlosziendzadelkanoponverwachtemomentenbewegenenvoorgevaarlijkesituaesen
ongelukkenzorgen.Zorgeraljdvoordatdezadelklemstrakgenoegisaangedraaidenhet
zadel niet onverwacht kan bewegen.
4.8.1.2. Hoek en horizontale posie
1. Stel de hoek van het zadel y af met behulp van de twee stelschroeven onder het zadel.
2. Kantel het zadel y tot deze in de gewenste hoek staat.
4
Optioneel:Draaibeidestelschroevenietslosenschuifhetzadelnaarvoorofachteromde
horizontale stand van het zadel naar wens aan te passen.
3. Vergrendeldestandvanhetzadeldoordestelschroevenaantedraaienmethetspecieke
aandraaimoment, zoals aangegeven op de onderzijde van de zadelklem. Gebruik hiervoor een
momentsleutel.
6
WAARSCHUWING
Opdezadelrailsstaateenmarkeringwaarbinnendeklembevesgddientteworden.Bevesg
het zadel binnen de markering.