27
NL
5. Draai de bovenste twee schroeven aan de voorkant van de stuurpen iets los.
6. Kantelhetstuuromhoogofomlaagzodatdehandvaenindegewenstehoekstaan.
7. Zorg ervoor dat u goed bij alle bedieningselementen 2 en remhendels 17 kunt. U moet
deremhendelsindegoedeposiedraaienalsuhetstuurinhoogtejuistaangepasthebt(zie
hoofdstuk 4.8.3)
Figuur 22 - Stuurhoek afstellen voor een comfortabele rijhouding.
8. Controleer via de markeringen op het stuur of het stuur nog goed in het midden is uitgelijnd.
Figuur 23 - Uitlijning van het stuur controleren.
9. Draai de schroeven van de stuurpen strak aan om de huidige stand van het stuur te
vergrendelen.
4
Als het stuur nog kan bewegen, zijn de schroeven niet strak genoeg aangedraaid.
6
VOORZICHTIG
• Eenlosziendstuurkanoponverwachtemomentenbewegenenvoorgevaarlijkesituaes
enongelukkenzorgen.Zorgeraljdvoordatdeschroevenvandestuurpenstrakgenoegzijn
aangedraaid en het stuur niet onverwacht kan bewegen.