13
NL
Duwhulp in-/uitschakelen
Dankzij de duwhulp kunt u de E-Bike gemakkelij-
ker duwen. De snelheid van deze functie is afhan-
kelijk van de actuele versnelling en kan maximaal
6 km/h bereiken. Hoe kleiner de actuele versnel-
ling hoe geringer de snelheid van de duwhulp (bij
volledig vermogen).
De functie duwhulp mag uitsluitend wor-
den gebruikt bij het duwen van de E-Bi-
ke. Er bestaat gevaar voor verwondin-
gen wanneer de wielen van de E-Bike
geen contact met
de grond hebben bij
het gebruik van de duwhulp.
Om de duwhulp te activeren moet u kort op de
toets «WALK» op uw boordcomputer drukken.
Na de activering drukt u binnen 3 s op de toets
«+» en houdt hem ingedrukt. De aandrijving van
de E-Bike wordt ingeschakeld.
De duwhulp kan op het ondersteunings-
niveau «OFF» niet worden geactiveerd.
De
duwhulp wordt uitgeschakeld in geval van een
van de volgende gebeurtenissen:
• U laat de toets «+» 6 los,
• De wielen van de E-Bike worden geblokkeerd
(bijv. wanneer u remt of tegen een obstakel
botst),
• De snelheid overschrijdt 6 km/h.
Bij enkele systemen kan de duwhulp di-
rect worden gestart door op de «WALK»-
toets te drukken.
Ondersteuningsniveau instellen
Op de boordcomputer (7) kunt u instellen hoe
sterk de E-Bike-aandrijving moet helpen bij het
trappen. Het ondersteuningsniveau kan op elk mo-
ment, ook tijdens het rijden, worden aangepast .
Bij sommige uitvoeringen is het mogelijk
dat het ondersteuningsniveau vooraf is
ingesteld en niet kan worden gewijzigd.
Het is ook mogelijk dat er minder on
-
dersteuningsniveaus beschikbaar zijn
dan hier aangegeven.
Indien de E-Bike af fabriek is gecon-
gureerd met de eMTB-modus, wordt het
ondersteuningsniveau SPOR
T vervan-
gen door eMTB. In de eMTB-modus
worden de ondersteuningsfactor en het
koppel dynamisch aangepast, afhankeli-
jk van de kracht die op de pedalen wordt
uitgeoefend. De eMTB-modus is alleen
beschikbaar voor aandrijvingen van de
Performance Line CX.
Schakel het E-Bike-systeem steeds uit,
wanneer u de E-Bike parkeert.
Mochten de batterijen van de boordcom-
puter leeg zijn, kunt u uw E-Bike toch
nog
aan de etsaccu inschakelen. Er
wordt echter aanbevolen de interne bat-
terijen zo snel mogelijk te vervangen om
beschadigingen te vermijden.
Weergaven en instellingen van de boorcomputer
Symboolen en hun betekenis
Symbool Verklaring
korte toetsdruk
(minder dan 1 seconde)
middellange toetsdruk (tussen
1 seconde en 2,5 seconden)
lange toetsdruk (langer dan
2,5 seconden)
V
oeding van de boordcomputer
De boordcomputer wordt gevoed door twee
CR2016-knoopcellen.
Batterijen vervangen (zie afbeelding A)
Wanneer op de boordcomputer «LOW BAT» ver-
schijnt, moet u de boordcomputer van het stuur
nemen door de bevestigingsschroef 3 van de
boordcomputer uit te draaien. Open het batterij-
vakdeksel 10
met een passende munt. Verwijder
de verbruikte batterijen en breng de nieuwe bat-
terijen van het type CR 2016 aan. De door Bosch
aanbevolen
batterijen zijn verkrijgbaar bij uw et-
senhandelaar. Let op de juiste polariteit bij het
aanbrengen van de batterijen. Sluit het batterijvak
opnieuw en bevestig de boordcomputer met de
bevestigingsschroef 3 op het stuur van uw E-Bike.
Weergave van de acculaadtoestand
De weergave van de acculaadtoestand g geeft de
laadtoestand van de E-Bike aan. De laadtoestand
van de E-Bike-accu kan ook zelf worden afgele
-
zen aan de leds op de accu. In de weergave g
komt iedere balk op het accusymbool overeen
met een capaciteit van ongeveer 20 %:
De E-Bike-accu is volledig geladen.
De E-Bike-accu moet worden
bijgeladen.
De leds van de weergave van de laad-
toestand op de accu gaan uit. De ca-
paciteit voor de ondersteuning van de
aandrijving is verbruikt en de ondersteuning wordt
zacht uitgeschakeld. De resterende capaciteit wordt
gebruikt voor de verlichting; de weergave knippert.
Met de resterende capaciteit van de E-Bike-accu
kan de ets nog ongeveer 2 uur worden verlicht.