Sensor aanbrengen
De sensor moet in de doorstroomcel worden aangebracht, op de
gateway worden aangesloten, worden geconditioneerd en vervolgens
worden gekalibreerd voorafgaand aan het eerste gebruik en na het
uitvoeren van onderhoud aan de sensor. Raadpleeg de stapsgewijze
afbeeldingen voor het aanbrengen en aansluiten van de sensor.
Om de sensor te conditioneren, dient u de sensor gedurende 6 tot
12 uur in bedrijf te stellen tot de sensormeetwaarden zich stabiliseren.
Raadpleeg Diagnose- en testmenu op pagina 194 voor informatie over
het aflezen van sensormeetwaarden.
Opmerking: De controller en de daarop aangesloten sensor moeten continu in
bedrijf blijven om het kalibratieproces in stand te houden.
182 Nederlands