3.
MOTOR
STARTEN:
Starten Sie den Motor entsprechend
den Anweisungen aud Seite 25.
4.
BEDIENUNG
DES
MAHERS:
a.
Gashebel:
Stellen Sie den Gashebel
auf
VOLL-
GAS(~).
A
Achtung:
Stellen Sie sicher, daftder Motor vor
VerlassendesMahersabgestellt
wird.
Stellen Sie dazu den Gashebel in die
STOP-Position
(1i?J).
b.
Messerkupplung-Bremse:
(Modell
B)
Betatigen Sie den Handhebel fiir die
Messerkupplung-Bremse
und
das
Messer beginnt zu rotieren.
• In hohem Graskann
der
Motorstoppen,
wenn derKupplungshebelbetatigtwird.
In dieserSituationhebenSie den Maher
vom etwas an, durch Herunterdriicken
des
Holmens,
und
betatigen
den
Kupplungshebel. Dann kann das Mes-
ser ohne Widerstand anlaufen.
A
Achtung:
Betdtigen Sle diesenKupplungshebel
schnellundziigig.DielangsameBeta-
tigung fiihrt zu nur halben Kuppeln
unddamitzu erhiihtem
VerschleljJ der
Kupplung. (Modell B).
c.
Fahrkupplungshebel:
Der
Maher fahrt an, wenn der Hebel
nach
vom
gelegt wird und stoppt, so-
baId Sie den Hebelloslassen.
• Wenn der Hebel nach
vom
gelegt ist,
fahrt zwar der Maher, aber das Messer
dreht nicht. (Modell B). Folglich kann
der Maher
per
Radantrieb von einer
Stellezur anderen gefahren werden ohne
daBdabei das Messer mitlauft,
Bemerkung:
Wiihrend des normalen Einsatz wird
3.
STARTEN.
Start de motor zoals is aangegeven op
pagina25.
4.
BEDIENING
VAN
DE
MAAIER.
a.
Gashendel
.
. Duw de gashendel naar stand
HIGH
(~).
A
LETOP
ut
Als Uvandemaaierweglooptaltijdde
motor ofzetten door de gashendel op
standSTOP
(1i?J) endecontactsleutel
op stand OFF te zetten.
b.
Mesrem
(Blade-Brake-Clulch).
Als uw machineis uitgevoerdmet deze
hendel (type B) de hendel naar voren
duwen en het mes zal beginnen te
draaien.
Bij erg lang graskan het voorkomen dat
hettoerentalvan de motorerg zakt, duw
dan de stuurboom naar beneden zodat
de voorwielen van de grond komen en
het mes op toeren
kan
komen.
N.B.:
De hendel rustig bedienen, doch met
eenkortekrachtige beweging naarvo-
ren
duwen,
zonderdekoppelingtelaten
slippen,dit komt de levensduur van de
koppelingten goede.
c.
Rijkoppeling.
De maaier zaI gaan rijden zodra U de
hendel van de rijkoppeling naar voren
duwt. Zodra U de hendelloslaat stopt
de maaier weer. Onder normaIe om-
standigheden de koppeling pas bedie-
nen aIs de motor goed op toeren is
gekomen.
Bij model B kunt U de maaier laten
rijden zonder te maaien door aIleen de
rijkoppeling te bedienen. De mesrem-
hendel (BBC) duwt U dan niet naar
voren. Dit is erg handig als U naar een
-31
-