Werken met de dwarsslede
1. De dwarsslede(samen met de bovenslede) kan op de gelei-
ding van het machinebed naar de bewerkingspositietegen het
werkstuk geschoven worden. Daarvoor klemhendel 4los-
draaien, de slede naar de gewenste positie verschuiven en
klemhendel 4weer spannen.
2. Voor of tijdens het werken zo nodig de positie van het de
draaibeitel 3door draaien van het handwiel 2afstellen.
Bovenslede (fig. 5)
De bovenslede 1maakt de onmiddelijke geleiding en de ver-
plaatsing van de beitelhouder incl. draaibeitel bij voorkeur in de
lengterichting mogelijk.
Daarnaast is bij onze machine de bovenslede draaibaar: Hierdoor
kunnen niet alleen cilindrische werkstukken worden gemaakt
door de draaibeitel parallel aan de lengterichting van de machi-
ne te bewegen (lengtedraaien): Ook conische werkstukken of
kegelvormige segmenten kunnen worden gedraaid, als de bo-
venslede iets wordt gedraaid.
Wij hebben daartoe een hoekschaal gemonteerd met behulp
waarvan de hoek van de te vormen conus kan worden ingesteld.
De route van de slede op de precieze zwaluwstaartgeleiding is
60 mm.
Werken met de bovenslede
In de uitvoertoestand is de bovenslede 1precies ingesteld op
=0°, d.w.z.. voor het (cilindrisch)lengtedraaien.
1. De draaibeitel 3door draaien van het handwiel 2radiaal naar
de gewenste positie brengen
2. Machine inschakelen.Let op: de klauwplaatbescherming 6
moet zich in de laagstepositie bevinden!
3. Door draaien van het handwiel 5debovenslede 1met de
draaibeitel met de gewenste instelling langs het roterende
werkstuk schuiven
Als een conus of kegel wordt gedraaid, moet de bovenslede 1
met het gewenste getal worden gedraaid:
1. Bovenslede 1door draaien van het handwiel 5zover naar
rechts bewegen, dat de bout 4toegankelijk wordt
2. Bout 4losdraaien en aan de hand van de markeringenopde
hoekschaal 7degewenste kegelvorm instellen.
3. Bout 4weer vastzetten. Door draaien van het handwiel 5kan
de bovenslede en daarmee de draaibeitel bij het draaien wor-
den bewogen.
Let op dat hier,zoals bij de andere handwielen van de machine
ook de schaalringen beweegbaar zijn en op nul kunnen worden
gezet. De afgelegde weg van de beitel kan dan op de schaal wor-
den afgelezen. Een omwenteling van het handwiel komt overeen
met een afstand van 1millimeter.
De 3-klauwplaat (fig. 6)
De spanklauwplaat 1dient voor de opname en het spannen van
de te bewerken werkstukken. Deze heeft een doorlaat van 8,5
mm, net als de werkspil van de machine. Zo kunnen ronde ma-
terialen met een diameter van ruim 8mmook door de spil wor-
den geleid!
Let op!
Als
een langer werkstuk wordt ingespannen, dat door de spil
wordt
geleid en naar links uitsteekt, bestaat een groter risico op
letsel.
Wees in dit geval bijzonder voorzichtig, zodat geen voor-
werpen
door de roterende as worden gegrepen. Zorg er voor dat
dit
gebied speciaal wordt afgezet.
Spannen van het werkstuk:
de beide meegeleverde stiften 2en3indedaarvoor bestemde
gaten aan de omtrek van de beide klauwlichamen steken en de
beideklauwdelen tegen elkaar verdraaien om de spanklauwen te
openen.Detegengestelde draairichting zorgt er na het inzetten
van het werkstuk voor dat de bekken sluiten en daarmee het
werkstuk vastklemt.
Draaien van de bekken (fig. 7):
Als de bekken, zoals hierboven beschreven, helemaal naar bui-
ten worden gedraaid, kunnen zij eraf worden gehaald en weer
worden ingezet.
De afbeelding 7a laat een keer de normale stand zien: deze dient
voor de conventionele spanning zoals in fig. 7a wordt getoond
en voor het spannen van bijv.buismateriaalvan binnen. Rechts
zijn de gedraaide bekken weergegeven: In deze positie kunnen
ook werkstukken met grote buitenomtrek worden gespannen
(Fig. 7b).
1. Let op: de bekken zijn genummerd!Dedraaiklauwplaat zo
ver openen dat de bekken uit de klauwplaat loskomen. Dit ge-
beurt in de volgorde 3, 2en1.
2. De bekken omdraaien en nr.3eerst in een van de drie gelei-
dingen brengen.
3. Bek nr.3inderichting van het midden van de draaiklauwplaat
duwen en gelijktijdig de klauwplaat in de richting ”spannen”
draaien.
4. Als de schroefdraaddebek nr.3heeft gespannen, moet de
bek nr.2indevolgende geleiding (naar rechts) worden in-
gezet.
5. Proces zoals hierboven beschreven met nr.2ennr. 1uitvoe-
ren.
6. Aansluitend controleren of alle bekken in een gecentreerde
positie staan.
7. Als uweer met de binnenbekklauwplaten wilt werken, her-
haalt udehiervoor beschreven stappen, echter in omge-
keerde volgorde, d.w.z. eerst de bekken nr.1en2endaarna
nr.3inzetten.
-58-