NL
55
Montage en elektrische aansluiting
3. Montage en elektrische aansluiting
Waar-
schuwing!
Gevaar! Risico van verwonding door een elektrische schok!
Aansluitingswerken uitsluitend uitvoeren in spanningsvrije toestand
De motor werkt op zijn best bij een afgewerkte installatie.
3.1. Montage van de motor in de wikkelbuis
1. Kies de loopring en koppeling in functie van de omtrek van de aandrijfas (afb. 1).
2. Schuif de loopring over de aandrijving en positioneer hem op de juiste plaats op de motor-
kop.
3. Schuif de koppeling erop en beveilig hem met de koppelingsbeveiliging (artikel 288500)
(afb. 2).
Afbeelding 1: Voorbeelden van verschillende Afbeelding 2: Koppelingsbeveiliging*
asomtrekken
* Bij aandrijvingen van de BR 2 met 40/50 Nm en BR 3 is de koppeling beveiligd met een ring
(circlip volgens DIN 471-20x1,20 FST, artikel 940516). Om de borgring te kunnen plaatsen, is
een speciale borgringtang voor assen met ooggrootte < 2 mm nodig!
4. Schuif de motor zorgvuldig in de wikkelbuis. De motor mag hierbij geen schokken krijgen.
De adapters mogen in de buis geen speling hebben.
5. De motor zo nodig axiaal borgen, bv. door het vastschroeven van de meenemer op de wikkel-
buis. Niet boren en geen te lange schroeven gebruiken in de buurt van de motor!
6. Plaats de wikkelbuis met zijn asprop en motor in de lagering en motorsteun. Knik motorka-
bel niet en verleg ze zodanig dat geen beschadigingen kunnen ontstaan. Verleg hem met
een kleine lus naar beneden zodanig er geen water in de motor kan druipen.
7. Bevestig het rolluikblad of doek aan de wikkelbuis.