7.5.1 Algemene veiligheidscontrole
Onderdeel Resultaat
Brandstofslangen
en aansluitingen.
Geen lekkages.
Elektrische kabels. Alle isolatie intact.
Geen mechanische schade.
Uitlaatsysteem. Geen lekkages bij de aan-
sluitingen Alle schroeven
aangespannen.
Oliecircuit Geen lekkages. Geen
schade.
Rijd de machine
voor- en achteruit
en laat het pedaal
van de bedrijfsrem-
aandrijving omho-
og komen.
De machine zal stoppen.
Testrit. Geen abnormale trillingen.
Geen abnormale geluiden.
7.5.2 Elektrische veiligheidscontrole
Toestand Handeling Resultaat
Het koppelings-/
rempedaal is niet
ingetrapt.
De krachtafnemer
is niet ingescha-
keld.
Probeer te
starten.
De motor
start niet.
De versnellin-
gkeuzehendel
staat niet in de
neutrale stand
De krachtafnemer
is ingeschakeld.
Probeer te
starten.
De motor
start niet.
Lopende motor.
De krachtafnemer
is ingeschakeld.
De bestuur-
der gaat
staan.
De motor
start niet.
Lopende motor.
De krachtafnemer
is ingeschakeld
De bestuur-
der gaat
staan.
De motor
slaat af.
Lopende motor.
Verwijder de
zekering van
20 A (1:L).
De motor
slaat af.
7.6 STARTEN / BEDRIJF
Wanneer de machine wordt gebruikt,
moet de motorkap gesloten en vergren-
deld zijn.
Bij gebruik van de machine altijd vol
gas geven.
Wacht het starten van de machine 2 se-
conden in de startpositie alvorens de
motor te starten.
1. Open de brandstofkraan (16).
2. Controleer of the bougiekabel(s) op de
bougie(s) is/zijn geplaatst.
3. Controleer of de krachtafnemer uitgescha-
keld is(12:A; 13:A).
4. Houd uw voet niet op het pedaal van de be-
drijfsrem/aandrijving (10:F).
Koude start
1. Schakel de aandrijving in (14:A).
2. Schakel de parkeerrem in (11:B).
3. Bedien de chokehendel (indien voorzien)
(12:D:13:C).
4. Draai de contactsleutel om en start de motor.
5. Wanneer de motor gestart is, het gas opvoe-
ren tot het maximum met het gaspedaal
Alvorens met de machine te gaan wer-
ken, een paar minuten wachten tot de
olie warm is.
Warme start
1. Schakel de aandrijving in (14:A).
2. Schakel de parkeerrem in (11:B).
3. Zet de hendel op vol gas (12:D:13:C).
4. Draai de contactsleutel om en start de motor.
Om verder te aan raadpleegt u de in-
structies uit paragraaf 7.6.1.
7.6.1 Bedrijf
Om te machine te starten, als volgt te werk
gaan:
Alleen voor mod.: [Gear]
• Schakel een versnelling in met de hendel
(12:B)
1. Trap het pedaal (11:B) volledig in en laat het
weer opkomen.
2. Bedien het pedaal (13:E) om de machine te
laten bewegen.
3. Rijd naar het werkgebied.
4. Activeer, als er accessoires gemonteerd zijn,
de krachtafnemer (12:A; 13:A).
5. Begin te werken.
7.7 STOPPEN
Om te machine te stoppen, als volgt te werk gaan:
1. Schakel de krachtafnemer (12:A; 13:A). uit.
2. Schakel de parkeerrem (11:B) in.
3. Laat de motor één tot twee minuten stationair
draaien.
NL
NEDERLANDS
(Vertaling van de originele
gebruiksaanwijzingen)
18