EasyManua.ls Logo

Atlantic 200L - Hydraulische Aansluiting

Atlantic 200L
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
NL
95
6. Hydraulische aansluiting
Presentatie Installatie Gebruik Onderhoud Garantie
De koudwaterinlaat wordt aangegeven met een blauwe kraag en de warmwateruitlaat met een rode kraag. Ze
zijn voorzien van gasschroefdraad met diam. 20/27 (3/4").
In zones waar het water erg hard is (Th>20°f), bevelen we aan om het te behandelen. Met een
waterontharder moet de hardheid van het water boven de f blijven. De ontharder is geen afwijking van
onze garantie, op voorwaarde dat deze is voor Frankrijk gecertificeerd en wordt ingesteld volgens de regels
van de kunst, en regelmatig wordt gecontroleerd en onderhouden.
De agressiviteitscriteria van de norm DTU 60.1 moeten gerespecteerd worden.
Het gebruik van een sanitair circuit wordt ten stelligste afgeraden: een dergelijke installatie
veroorzaakt destratificatie van het water in de boiler en zorgt dat de warmtepomp en de elektrische
weerstand harder moeten werken
6.1. Aansluiting koud water
Controleer voordat de hydraulische aansluiting wordt gerealiseerd of het leidingennet schoon is.
De installatie moet uitgevoerd worden met behulp van een op 0,7 MPa (7 bar) getarreerde veiligheidsgroep
(niet meegeleverd), nieuw, conform de norm EN 1487 en rechtstreeks aangesloten op de aftakleiding voor
koud water van de waterverwarmer.
Er mag geen enkel orgaan (afsluiter, drukregelaar, slang...) geplaatst worden tussen de
veiligheidsgroep en de aftakleiding voor koud water van de waterverwarmer.
Opdat water zou kunnen worden afgevoerd vanuit de
drukbegrenzingsinrichting moet de afvoerbuis vrij aan
de open lucht worden gehouden. Ongeacht het type
installatie, moet deze een afsluiter op het koude
water omvatten stroomopwaarts van de
veiligheidsgroep.
De afvoer van de veiligheidsgroep moet aangesloten
worden op het afvalwater dat vrij via een sifon kan
weglopen. Deze moet geïnstalleerd worden in een
vorstvrij gehouden omgeving. De veiligheidsgroep
moet regelmatig ingeschakeld worden (1 tot 2 keer
per maand).
De installatie moet een drukregelaar omvatten als de
voedingsdruk hoger is dan 0,5 MPa (5 bar). De
drukregelaar moet geïnstalleerd worden op de
vertrekleiding van het hoofddistributiesysteem
(stroomopwaarts van de veiligheidsgroep). Een druk
van 0,3 tot 0,4 MPa (3 tot 4 bar) wordt aanbevolen.
- JA -JA
/NEE
Druk-
regelaar
Aanvoer
leidingwater
Veiligheidsg
roep
Inlaat koud
water
Sifon

Table of Contents

Related product manuals