30 31
Snelheidssensor
Met behulp van de snelheidssensor kan de snel-
heid op het FLYER-display D1 worden aangege-
ven en de benodigde tijd juist worden berekend
.
De voorwaarde is dat de snelheidssensor en de
daarbij behorende spaakmagneet zodanig zijn be-
vestigd dat de afstand tussen de spaakmagneet en
de markeringspositie op de snelheidssensor 1 mm
tot 5 mm bedraagt. Er wordt een fout gemeld als
deze afstand niet juist is.
Voeding van externe apparaten
U kunt met behulp van de USB-aansluiting ex-
terne apparaten - bijv
. smartphones die via USB
van energie worden voorzien - opladen. Daarbij
kan de laadkabel van het apparaat direct op de
FLYER-display D1 worden aangesloten.
De voorwaarde voor het opladen van externe ap
-
paraten is dat een opgeladen FLYER-accu in uw
FL
YER e-bike voorhanden is.
Open de afdekking van de USB-aansluiting aan
het display en sluit de laadkabel op het display
aan.
• Plaats het aangesloten apparaat tij
-
dens het opladen niet op een schuine
of onstabiele ondergrond
. Het gevaar
bestaat namelijk dat het valt en wordt
beschadigd.
• Laad geen externe apparaten op
terwijl het regent en sluit geen natte
USB-kabel aan. De USB-verbinding
is geen waterdichte steekverbinding!
• Er mag bij ritten in de regen geen ex
-
tern apparaat worden aangesloten en
de
USB-aansluiting moet compleet
met de beschermkap zijn afgesloten.
• Let erop dat de rubberen dop na het
gebruik van de USB-aansluiting op
-
nieuw vastzit
.
• Controleer of de spanningswaarden
van de USB-aansluiting voor uw ap-
paraat geschikt zijn
. (U vindt de span-
ningswaarden onder Technische Ge-
gevens
.)
5.22 Elektrische aandrijving
Alle informaties, gegevens en aanwijzingen over
de elektrische aandrijving van uw FLYER e-bike
vindt u in de bijgeleverde gebruiksaanwijzing van
de ingebouwde
aandrijving. Ze betreffen de volgende onderdelen:
• Accu
• Acculader
• aandrijfeenheid
• snelheidssensor en spaakmagneet
Informatie over de werking en het bereik van de
aandrijving van uw FLYER wordt hier weergege
-
ven:
W
erking
Als u op uw bedieningselement een ondersteu
-
ningsmodus hebt ingeschakeld, begint de motor
te werken zodra u op de pedalen trapt
.
De prestatie van de motor is afhankelijk van ver-
schillende factoren:
•
de kracht waarmee u op de pedalen trapt.
Als u met weinig kracht trapt, dan is de on-
dersteuning minder dan wanneer u krachtiger
trapt, bijvoorbeeld om bergop te rijd
en. Daar-
door neemt ook het stroomverbruik toe en de
actieradius af
.
• de ondersteuningsmodus
Hoe hoger de ondersteuningsmodus, hoe
meer u door de motor wordt ondersteund
. Bij
een hoger motorvermogen ligt echter ook het
stroomverbruik hoger. In de zwakste onder
-
steuningsmodus is de stuwkracht het geringst,
waardoor de actieradius het grootst is
.
Actieradius
Eventueel aangegeven actieradiussen werden
meestal onder optimale omstandigheden bereikt.
In het dagelijkse leven zult u waarschijnlijk minder
verkunnenetsen.
Hou daar a.u.b. rekening mee wanneer u uw vol
-
gende
etstochtplant.
De actieradius is afhankelijk van verschillende
factoren. Naast de accucapaciteit spelen ook de
gekozen motorondersteuning, de geograsche
omstandigheden, het wegdek, de rijstijl, de om
-
gevingstemperatuur, het gewicht van de berijder,
de bandenspanning en de technische staat van
uw FL
YER e-bike een belangrijke rol.
Rijden zonder aandrijfondersteuning
U kunt uw FLYER ook berijden zonder aandrijfon
-
dersteuning, als u kiest voor de ondersteunings-
modus “OFF”
. Let er wel op dat het systeem altijd
is ingeschakeld.