71
NL
A1
Span de ketting/tandriem met de stelschroef A2.
De correcte kettingspanning is bereikt, wanneer
de ketting in het midden nog lichtjes op en neer
bewogen kan worden (10-15 mm). De correcte
riemspanning moet worden gecontroleerd met
een riemspanningsmeter. U vindt de correcte
spanning
in de gebruiksaanwijzing van de riemproducent.
www.gatescarbondrive.com/Tech/Resources
A2
Nadat de spanning correct werd ingesteld, haalt u
de schroeven A1 aan met het voorziene aanhaal
-
moment van 8 Nm. Controleer of het uitvaleinde
en het achterwiel goed zijn gemonteerd.
A1
17. Rem
17.1 Hydraulischeremmen
Door ondichte leidingen en aansluitingen kan
remvloeistof uit de remmen komen. Dit kan de
werking van de remmen negatief beïnvloeden.
Controleer daarom voor elke tocht de leidingen
en aansluitingen op dichtheid.
Rijd niet met uw FLYER als er vloeistof uit de
remmen komt. Laat de noodzakelijke reparatie
onmiddellijk uitvoeren door een FLYER-dealer.
De kans dat uw remmen in dit geval uitvallen is
heel groot.
Ookalsueenervarenetserbent,ishetbelang
-
rijk u goed te laten instrueren door de FLYER-dea-
ler over de bediening en bijzonderheden van de
remmen van de e-bike. Oefen op een rustige, vei
-
lige en verkeersvrije plek!
Bij vragen over de montage, het onderhoud, de
instelling en bediening neemt u contact op met
uw FLYER-dealer.
Als u de remhendel gebruikt, moet na
ongeveer een derde van het traject een
duidelijk drukpunt merkbaar zijn.
Als de remhendel tijdens het remmen het
stuur raakt, mag u niet gaan rijden! De
FLYER is dan niet veilig. U moet direct
contact opnemen met uw FLYER-dealer
om de remmen in te laten stellen of te
onderhouden.
Remmen zijn veiligheidsrelevante onder-
delen. Laat de instellingen en onder-
houdswerkzaamheden alleen uitvoeren
door uw FLYER-dealer. Er mogen alleen
originele onderdelen worden gebruikt. An
-
ders is het mogelijk dat de werking van
uw FLYER e-bike wordt beïnvloed of dat
er beschadigingen ontstaan. Elke wijzi
-
ging aan de remmen is ongeoorloofd.
Op lange afdalingen mag u niet doorlo-
pend licht remmen. Daardoor kunnen de
remmen namelijk oververhit raken, waar
-
door ze minder goed werken. Rem bij
lange en steile stukken bergafwaarts af
-
wisselend met beide remmen, zodat de
andere rem dan kan afkoelen. Rem liever
kort en krachtiger voor bochten of als u te
snel gaat. Daardoor hebben de remmen
tussendoor de tijd om af te koelen.
Dan blijft de remkracht behouden. Als
uitzondering geldt alleen het rijden op
een gladde ondergrond, vooral op zand
of bij gladheid. Dan moet u heel voor
-
zichtig en voornamelijk met de achter-
rem remmen. Anders bestaat de kans
dat het voorwiel zijdelings wegglijdt en
u valt. Zorg er bij lange afdalingen met
regelmatige pauzes voor dat de remmen
voldoende kunnen afkoelen.
Raak de remmen na het rijden minstens
30 minuten niet aan, ze kunnen namelijk
erg heet worden.
®