DUT
118
Onderhoudsaanwijzing
S2.10 Het nakomen van de
gewenste temperatuur
van boiler 1
Hier wordt bepaald, of boiler 1 zich met de
Solarcollectoren alleen tot op de gewenste temperatuur
opwarmt.
0 - nee
1 - ja
1
S2.11 Het nakomen van de
gewenste temperatuur
van boiler 2
Hier wordt bepaald, of boiler 2 zich met de
Solarcollectoren alleen tot op de gewenste temperatuur
opwarmt
0 - nee
1 - ja
1
S2.12
Het nakomen van de
gewenste temperatuur
van boiler 3
Hier wordt bepaald, of boiler 3 zich met de
Solarcollectoren alleen tot op de gewenste temperatuur
opwarmt.
0 - nee
1 - ja
1
S2.13 Minimale
collectortemperatuur
Met deze instelling wordt bepaald, „of“ en „hoe“ er
rekening wordt gehouden met de minimale
collectortemperatuur.
0 - nee
1 - ja
2 - ja – alleen bij
het inschakelen
2
S2.14
Minimale temperatuur van
de onderste u ne nde
warmtebron Q1
Met deze instelling wordt bepaald, „of“ en „hoe“ er
rekening wordt gehouden met de minimale temperatuur
van de ondersteunende warmtebron Q1.
0 - nee
1 - ja
2 - ja – alleen bij
het inschakelen
1
S2.15 Minimale temperatuur van
de onderste u ne nde
warmtebron Q2
Met deze instelling wordt bepaald, „of“ en „hoe“ er
rekening wordt gehouden met de minimale temperatuur
van de ondersteunende warmtebron Q2.
0 - nee
1 - ja
2 - ja – alleen bij
het inschakelen
1
S2.16 Snelheid van de
servomotor.
De noodzakelijke tijd van de servomotor voor de
draaihoek van 90°. Er wordt hierbij rekening gehouden
met de vertraging van de omschakeling met de
servomotor.
1 ÷ 8 min
2
S2.17
Regelaarc on sta nte va n
mengklep.
De instelling is de PI -constante van de 3-puntregeling
van de mengklep.
15 ÷ 60 s
25
S2.9
Afkoeling van boiler 3
Betekend, dat wanneer boiler 3 met meer dan de
gewenste temperatuur wordt verhit, deze gedwongen
tot op de gewenste temperatuur wordt afgekoeld. Het
afkoelen vindt plaats door de collectoren en de
buisinstallatie.
0 - nee
1 - ja
0