EasyManua.ls Logo

Truma Mover TE R4 - Aansluiting Scheidingsschakelaar; Aansluiting Van de Aanzwenkmotoren; Aansluiting Van de Accu; Aansluiting Van de Tractiemotoren

Truma Mover TE R4
Print Icon
To Next Page IconTo Next Page
To Next Page IconTo Next Page
To Previous Page IconTo Previous Page
To Previous Page IconTo Previous Page
Loading...
57
Aansluitschema
– + – +
–+
–+
A
B
1234
B
A
r
r
–+
Veiligheids-
stopcontact
– + – +
+ –
– +
B
A
1234
+
-
A
B
r
r
+ –
Aanzwenk-
motoren
Tractie-
motor
Tractie-
motor
Accu
MASTER
SLAVE
Veilig-
heids-
contact
Zekering
Aanzwenk-
motoren
Tractie-
motor
Tractie-
motor
Accu
Veilig-
heids-
contact
Zekering
Scheidings-
schakelaar
BUS
BUS
Voorste
motorenpaar
Achterste
motorenpaar
Bovenaanzicht
A
A
B
B
Aansluiting scheidingsschakelaar
Houd rekening met de polariteit. Een verkeerde
polariteit leidt tot beschadiging van de elektronica /
besturingen.
De zekeringhouder (2) met de bijgevoegde kabel tussen de
pluspool van de batterij en de scheidingsschakelaar (3) vast-
schroeven (9±1 Nm).
Van de scheidingsschakelaar (3) telkens 1 kabel naar de be-
sturingen (4, 4a) leggen en op de pluspool van de besturingen
schroeven.
De beide minkabels van de batterij (1) op de minpolen van de
besturingen (4, 4a) schroeven.
9±1 Nm
1
2
3
4
4a
Aansluiting van de tractiemotoren
De motorkabels moeten zo gelegd worden, dat afbreken of
beschadigen van de kabels niet mogelijk is.
Om technische redenen werden de aansluitkabels van de
tractiemotoren voorgeconfectioneerd (opkrimpen valt weg) en
mogen niet verkort / verlengd worden.
De motorkabels van de tractiemotoren moeten even lang zijn,
om een constante prestatie van de Mover® te garanderen!
Overtollige kabel moet zonder lussen in golflijnen worden
gelegd.
Klep van de aansluitstrip van de besturing door erop te druk-
ken ontgrendelen en kabels conform aansluitschema erop
klemmen (rood = plus, zwart = min). Let op een zorgvul-
dige aansluiting!
Aansluiting van de aanzwenkmotoren
Aan de 2-aderige kabels van de motoraansluiting is de plus-
aansluiting (r) te herkennen aan een rode lengtelijn op de
kabelisolering.
Motorkabels A + B van een merkteken voorzien en voor
de besturing verleggen (kabels eventueel op gelijke lengte
afknippen).
De platte stekkerhulsisoleringen over de kabels schui-
ven (bijv. zwart voor motor A en transparant voor motor B).
De platte stekkerhulsen vastklemmen, stekkerhulsisoleringen
erop schuiven en volgens het aansluitschema aansluiten.
Aansluiting van de accu
Batterijen met vloeibaar elektrolyt moeten in een afzonder-
lijke box met een ventilatie naar buiten opgesteld worden. De
zekering in de plusleiding moet buiten de box aangesloten
worden. Een afzonderlijke box is bij gel- en AGM-batterijen
niet nodig. De installatievoorschriften van de batterijfabrikant
in acht nemen.
De aansluitingen op de polen moeten tot na de zekering in de
plusleiding ruimtelijk gescheiden gelegd worden.
+
-
+
-
De accu-aansluitkabel (enkel de tot de omvang van de leve-
ring behorende, originele kabels gebruiken) naar de besturing
aanleggen en met de meegeleverde klemmen en schroeven-
goed vastzetten.
De aansluitkabels van de accu mogen niet worden ver-
lengd. Deze moeten apart van de motorkabels worden
gelegd en mogen niet over de besturing lopen.
De aansluitkabels van de accu zodanig aanleggen dat deze
(met name bij doorvoeren door metalen wanden) niet kunnen
schuren. Gebruik ter bescherming geschikte doorvoertulen,
om beschadigingen aan de kabels te vermijden. De aansluitka-
bels aansluiten op de aanwezige accuklemmen (rood = plus,
zwart = min).
Verkeerde polariteit leidt tot beschadiging van de
elektronica / besturing.
De aansluiting van de besturing (conform aansluitschema)
moet in de volgorde – moer, ringoog accuaansluiting, moer –
plaatsvinden (draaimoment 7 Nm ±1).
Zekering in de plusleiding (150 A) dichtbij de pluspool
aansluiten.

Table of Contents